Quantcast
Viewing all 631 articles
Browse latest View live

Primula

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Primula

Primula’s zijn vrolijke voorjaarsbloeiers voor binnen en buiten

Met deze primula’s bedoelen we de vroegbloeiende ‘stengelloze sleutelbloemen’ die GroenRijk nu volop bloeiend aanbiedt. Het ‘stengelloze’ in de naam slaat op de bloemsteeltjes die vaak heel kort zijn – dat wisselt per ras. De bloemen liggen soms vlak boven het groene blad en vormen daarmee een iets bolle, platte zode. De Duitsers noemen deze planten daarom ‘Kissenprimel’: kussenprimula’s. Omdat ze zo vroeg bloeien noemen de Engelsen ze ‘Primroses’. Van ‘primus’ voor vroegste of eerste; met rozen hebben ze niets te maken. De naam ‘sleutelbloem’ is al heel oud. In een boek uit 1554 wordt de ‘sluetelbloem’ (zo geschreven) al genoemd. Gedacht wordt dat men vond dat de omgebogen bloem iets had van een sleutelbaard, maar zeker is dat niet. Een romantische verklaring is dat deze vrolijk gekleurde lentebloemen de sleutel vormen tot het hart van een aanbeden dame. In het Frans worden de planten Primevère acaule genoemd. Daar klinkt iets in door als ‘de echte eerste’. Als dat de oorsprong is, zou de naam dus met de zeer vroege bloei te maken hebben.


Deze polvormende primula’s worden bloeiend meestal niet hoger dan zo’n 10 à 15 cm. Stengelloze sleutelbloemen komen oorspronkelijk voornamelijk uit de natuur van Zuid- en Zuidwest-Europa (Zuid-Frankrijk, Spanje, Portugal, vooral uit de Pyreneeën, maar ze zijn in het wild te vinden tot in Griekenland en zelfs nog verder: in Turkije en Iran). Vroeger werd deze soort (en nu soms nog wel) Primula acaulis genoemd, maar de juiste naam van de soort is nu Primula vulgaris. De kweekvormen worden nog wel vaak Acaulis-hybriden genoemd of primula’s uit de Acaulis Groep.

 

Vrolijke voorjaarskleur uit de hoge Pyreneeën

Deze sleutelbloemen bloeien ook in hun natuurlijke omgeving – o.a. berghellingen en vochtige dalen – al heel vroeg in het jaar (maart-april). De wilde soort (er zijn verschillende ondersoorten) heeft witte tot gele bloemen. Al snel na de sneeuw kun je er in de Pyreneeën hele velden van zien bloeien. De tientallen gekweekte hybridenrassen vertonen ook allerlei andere, vrolijke en dikwijls ook warme kleuren: rood, roze, bruinrood, blauw, lila, wit en natuurlijk ook tal van gele tinten, van okergeel tot citroengeel. Maar één kenmerk hebben ze allemaal: iedere bloem heeft een stervormig, warmgeel hartje. Daar moeten de bestuivende insecten naar toe worden gelokt. In de natuur zijn dat zo vroeg in het jaar vooral hommels die met hun zachte, harige vachtje al bij lage temperaturen kunnen uitvliegen vanuit hun ondergrondse holletjes.

 

Voor kamer en tuin

Stengelloze sleutelbloemen bloeien rijk, maar ze geuren niet. Kennelijk hebben ze dat niet nodig om te overleven. Omdat het eigenlijk bosplanten zijn, hebben ze niet veel zon nodig. Lichte schaduw vinden ze prima, dus zijn ze ook heel geschikt om op een niet te donkere plek in huis te zetten. Zet een paar van deze planten in een lage, brede pot of schaal en je fleurt er je hele kamer mee op. Als ze na een paar weken zijn uitgebloeid, kun je ze gewoon in de tuin planten. Plant ze beschut tussen struiken in niet te droge grond. Zo groeien ze in de natuur ook. Deze primula’s zijn volkomen winterhard. Vroeger golden de kweekvormen ervan zelfs als de belangrijkste tuinprimula’s.

 

Primula’s komen vooral in Azië, Europa en Noord-Amerika voor

Alle primulasoorten zijn planten van het noordelijk halfrond. Er zijn wel 350 soorten die heel verschillend kunnen zijn, ook qua groeiomstandigheden. Maar hun bloemen hebben altijd vijf kroonblaadjes. De groene bladeren van de stengelloze sleutelbloemen waar het hier om gaat, zijn opvallend sterk en kreukelig gerimpeld. De bladvorm is langwerpig eirond.

 

Verzorging

Als de planten te droog staan, kan het blad verbruinen, maar te veel water is ook niet goed. Als je de planten water hebt gegeven, moet je het doorlekkende water dat onderin de sierpot blijft staan, even afgieten. Dat voorkomt wortelrot. Daarom is een pot met een losse onderschotel heel geschikt voor sleutelbloemen. Giet met lauwwarm water. Als het gietwater te kalkrijk is, kan dat vergeling van het blad veroorzaken. Regenwater is ideaal. Giet niet op de plant, maar op de grond onder de bladeren. Dat lukt het beste met een gieter met een lange, smalle tuit. Te veel warmte en te droge kamerlucht verkorten de bloeitijd. Je kunt uitgebloeide bloempjes het beste meteen verwijderen zodra je ze ziet. Dan bloeien je planten beter door.

 

TIP

Deze primula’s staan niet alleen heel vrolijk in de kamer, maar gaan ook in de tuin goed samen met plantensoorten zoals Anemone hupehensis, Anemone nemorosa, Brunnera, Aquilegia alpina, Pulmonaria, Tiarella en Polystichum. Je kunt dus naar hartelust combineren.

 

In kort bestek

Sleutelbloemen uit de Primula Acaulis Groep zijn vrolijke, vroege voorjaarsbloeiers voor binnen en buiten. Ze bloeien wekenlang. Je kunt uit allerlei kleurtjes kiezen en de verzorging is makkelijk. Laat de potgrond niet uitdrogen en geef niet op de plant, maar op de potgrond lauw water. Dan zul je van deze kleurrijke voorjaarsprimula’s veel en lang plezier hebben. Bij GroenRijk staan ze stralend op je te wachten.

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl


Violen

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Violen

Winterharde violen – klein- of grootbloemig – bloeien lang en rijkelijk

Van violen bestaan wereldwijd meer dan 400 wilde soorten en nog meer ondersoorten. Ze zijn allemaal prachtig. Sommige hebben zelfs iets vertederends of ze kijken je aan met gezichtjes. Andere hebben een heel opvallend hoorntje (de Cornuta-typen) of de meest fantastische kleurensamenstellingen op hun bloemblaadjes. Ze trokken dan ook al heel lang de aandacht van mensen die ermee gingen kruisen en die ‘kruislingen’ weer doorkweekten. Er is zoveel met violen gekruist dat van veel rassen gekweekte violen niet meer te achterhalen is welke soorten er zijn ingekruist.  Sommige rassen worden al honderden jaren gekweekt, andere komen net kijken. De winterharde groot- en kleinbloemige violen die GroenRijk nu per zes in een meeneem-traytje aanbiedt – je herkent ze aan de prijskraker-draagband – zijn allemaal oersterk. Ze trekken zich veel minder van slecht winterweer aan dan jij. Als het akelig nat, guur en ijskoud is, houden ze even hun bloei is, maar het hoeft ook maar even beter weer te zijn en ze bloeien weer minstens zo uitbundig als daarvoor. De hele winter lang. Fantastische plantjes!

 

Prachtige hybridenseries

Misschien valt je bij de planten van hetzelfde type en met dezelfde bloemkleur de grote gelijkvormigheid op. Dat komt door een heel speciale kweektechniek die dat veroorzaakt. Het zijn zogenaamde F1-hybriden. De kwekers gebruiken er ‘moederplanten’ voor die ze mooi vinden en waarvan ze meer van hetzelfde willen produceren. Maar de ‘kindplantjes’ zijn geen klonen zoals je die bij gestekte planten kunt krijgen, maar ze worden op een bijzondere manier uit zaad opgekweekt. Ze krijgen dan allemaal precies dezelfde genen en dus lijken ze heel veel op elkaar. De heel kleine verschillen ontstaan door minieme veranderingen die voortkomen uit een soms iets afwijkende standplaats of behandeling. Als alle omstandigheden tijdens de opkweek exact hetzelfde zouden zijn, zou je geen afwijkingen zien.

 

Groot- en kleinbloemig – wat je maar mooi vindt

De violen die GroenRijk nu in de aanbieding heeft, worden op bloemgrootte (groot- en kleinbloemig in aparte trays) aangeboden. In de trays staan altijd gemengde kleuren violen. Nu speciaal blauwe en gele bloeiers. Kies wat je mooi vindt! Bij GroenRijk weet je dat je altijd planten van hoge kwaliteit koopt.

 

Toepassing en  verzorging 

Violen hebben veel vocht nodig en staan liever wat koeler dan warm. Zon mag best, maar niet de hele dag. Plant ze in voedzame (pot)grond in de tuin of in potten, bakken of schalen. Zorg dat de (pot)grond niet uitdroogt. Geef planten in pot of bak eens per veertien dagen plantenvoeding. In verse standaard potgrond zit al voeding voor de eerste zes weken. Nog iets bijzonders: hoorntjes aan de bloemen. Bij sommige violen zul je aan de achterkant van de bloemen een soort hoorntje zien. Als violen die hebben weet je zeker dat ergens in hun voorgeslacht hoornviooltjes zijn ingekruist (Viola cornuta). Hoornviooltjes komen oorspronkelijk uit o.a. de hoge Pyreneeën, waar je ze ook nu nog in het wild in de graslanden (bergweiden) kunt zien bloeien (tussen april en september). Het zijn kleine plantjes met relatief heel grote, lichtblauwe bloemen met die opmerkelijke hoorn. Door de plantendeskundigen wordt dat hoorntje trouwens een ‘spoor’ genoemd. Waar dat holle uitsteeksel precies voor dient, is niet helemaal duidelijk. Men houdt het er meestal op dat het een soort nectarvat is waaruit de bestuivende insecten zoet vocht kunnen snoepen.

 

Nederlanders waren (en zijn) de violenkwekers bij uitstek

Violen zijn al eeuwenlang de lievelingen van de Nederlandse kwekers. Op oude schilderijen is goed herkenbaar dat vroeger – behalve met het al genoemde hoornviooltje (Viola cornuta) – ook veel met het prachtige, kleine, driekleurige viooltje werd gekruist (Viola tricolor) dat in het wild ook in Nederland in bermen en akkerranden veel voorkomt. Daarnaast ook met Viola gracilis uit Noordoost-Griekenland. De laatste heeft van nature prachtige violette bloemen. Ook het verrukkelijk geurende Maarts viooltje (Viola odorata) heeft bij diverse kruisingen een rol gespeeld. En zo is er nog veel meer met violen gebeurd. Er zijn hele boeken over volgeschreven.

 

Violen in de bloementaal

Vroeger kende iedereen de bloemensymboliek. Een viooltje betekende daarin: nederigheid, bescheidenheid en (vooral bij witte violen) onschuld. Maar in de romantische hoek ook: verleiding en ‘een kansje wagen’, dus meer dan die onschuld alleen. Het geven van viooltjes was ook een ‘ik denk aan je’.

 

TIP

Plant (of zet) violen zo neer dat je ze goed kunt zien. Het zijn kleine, enorm lang bloeiende juwelen waar je maximaal van kunt genieten. Helemaal als je de uitgebloeide bloemen regelmatig weghaalt. Dan bloeien ze nog veel langer! En vioolbloempjes kun je eten. Best lekker friszoet!

 

In kort bestek

Lieflijke, vrolijke, prachtige, tere of uitbundige violen, groot- en kleinbloemig, blauw of geel bloeiend. In de bekende GroenRijk-kwaliteit, nu uiterst aantrekkelijk geprijsd, plantklaar en handig per zes meteen meeneembaar in een draagtray. Ze zullen in je tuin, op het terras of je balkon onverstoorbaar, maandenlang bloeien. Iedereen vindt viooltjes mooi, dus ook een leuk cadeau: kleur in de winter voor iedereen!

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Amerikaanse Sering

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Amerikaanse Sering

De rijkbloeiende Amerikaanse dwergsering is sterker dan veel andere

De Amerikaanse sering Ceanothus thyrsiflorus var. repens wordt ook wel kruipende herfstsering genoemd. Deze prachtige laagblijvende heester bloeit met massa’s blauwe bloemen tot ver in het najaar (hoofdbloei mei-juni). Maar dat is niet het enige voordeel van deze min of meer kruipende, natuurlijke variant van zijn soms boomgrote familieleden: hij is ook beter bestand tegen slecht weer en winterse kou. De ‘gewone’ Amerikaanse seringen stammen deels uit warmere gebieden in de USA en kunnen in strenge winters diep invriezen of zelfs doodvriezen: Ceanothus thyrsiflorus var. repens overleeft een tijdje vorst met gemak. Met deze heester kun je jarenlang blijven genieten van de grote aantallen, tot 7,5 cm lange trossen bleekblauwe bloemen die aan de einden van de takken boven en buiten het glanzende blad uitsteken. Een juweel in de tuin.

 

De ene sering is de andere niet

Amerikaanse seringen lijken inderdaad sterk op de vele soorten seringen (Syringa) uit Midden- en Oost-Azië en Europa. Vooral wat de bloemen betreft. Vandaar ook hun Nederlandse naam. Ze worden overigens behalve herfstsering ook wel sikkelbloem genoemd. Maar Amerikaanse seringen en de ‘gewone’ seringen zijn genetisch totaal niet verwant. De seringen (Syringa) behoren tot de familie van de Oleaceae (de olijffamilie), de Amerikaanse seringen (Ceanothus) tot de Rhamnaceae (de wegedoornfamilie). Er is nog een heestergeslacht dat er qua bloei ook wel op lijkt, de Aziatische Caryopteris die tot de Verbenaceae behoort (de ijzerhardfamilie). De natuur komt in zijn ontwikkeling vanuit heel verschillende genetische achtergronden qua vormentaal soms tot sterk overeenkomende oplossingen. Dat is op zich een fascinerend verschijnsel.

 

Wat de kruipende herfstsering allemaal heeft te bieden

Het is zo ongeveer de meest winterharde Amerikaanse sering (temperaturen tot minus 5 °C zijn geen enkel probleem; wordt het kouder dan even afdekken met bijv. tuinvlies of met blad). Deze (ook in de winter) groenblijvende, koepelvormig liggende heester wordt meestal niet veel hoger dan ca. 50 cm, heeft een tamelijk dichte vertakking en vormt mooi, glanzend, getand, groen blad (2-5 cm lang met drie hoofdnerven). De dikke trossen bleekblauwe bloemen zijn prachtig en lijken in de hoofdbloeitijd (mei/juni tot augustus) de hele plant te overdekken. De plant kan zelfs tot in oktober doorbloeien. Ze verschijnen aan het eenjarige hout en hun sierwaarde is groot. Het is echt een opvallende plant in de tuin, maar door de zachte, wat verstilde bloemkleur brengt hij ook rust in de beplanting. Eigenlijk een accentplant die rust geeft dus en een heester die heel goed met vaste planten in een border is te combineren.

 

De verzorging van je kruipsering

Deze dwergheester houdt van matig voedselrijke, liefst iets vochtig blijvende (dus humusrijke), zandige (goed doorlatende) grond. De pH (zuurgraad) moet liefst neutraal tot kalkhoudend zijn (pH 7-9). Erg zure grond is dus niet geschikt. Een zonnige groeiplek heeft de voorkeur. Een beetje beschut planten is aan te raden. Vanwege de matige winterhardheid kan plotselinge nachtvorst in voor- en najaar schade aan de bladeren opleveren. Tijdens streng winterweer kan de struik zelfs wat invriezen. Dan is het goed om hem tijdig even af te dekken (zie boven). Om de vorm mooi te houden en de groei wat in te perken is het goed om de struik om de paar jaar te snoeien. Ingevroren takken moeten sowieso in het voorjaar worden weggenomen, maar zwaardere snoei moet je bij deze bladhoudende soort meteen na de bloei doen. (Er zijn ook bladverliezende Ceanothussen; die worden vooral in het voorjaar gesnoeid.) Snoei houdt een Ceanothus sterk en gezond.

Wat de bemesting betreft is het goed om in het voorjaar een goede basisbemesting met organische mest te geven (compost bijv.). Wil je kunstmest geven, dan is een goede, lichte, algemene NPK-mest (samenstelling bijv. N5 (stikstof) + P2 (fosfor) + K4 (kalium) aan te raden. GroenRijk heeft alles wat je voor deze plant nodig zou kunnen hebben, voor je in voorraad.

 

De naam Ceanothus  

Die komt rechtstreeks uit het Grieks: ‘keanothos’. Dat betekent vreemd genoeg: ‘miezerig plantje’. Niet erg gelukkig gekozen! De schuldige is de beroemde taxonoom Linnaeus oftewel de Zweed Carl von Linné (1707-1778). Die moet wel een heel slecht exemplaar van deze Amerikaanse planten in zijn vingers hebben gehad toen hij deze naam gaf. Er bestaan zeker 55 soorten Ceanothus, waarvan de meeste in Californië te vinden zijn. In Europa is vooral in het warmere zuiden (Frankrijk) met deze planten geëxperimenteerd, gekruist en gekweekt. De meeste Amerikaanse seringen die nu worden aangeboden behoren tot de grote groep Ceanothus-hybriden die uit al dat kweekwerk is ontstaan. Veel daarvan hebben Franse cultivarnamen. Het ‘var.’ in de naam Ceanothus thyrsiflorus var. repens geeft aan dat het hier om een in de natuur gevonden variatie (mutatie) gaat. ‘Repens’ betekent ‘kruipend’ en ‘thyrsiflorus’ geeft aan dat de bloemen (‘flores’) in trossen (‘thyrsos’) verschijnen.

 

TIP

Ceanothus thyrsiflorus var. repens is door het dichte blad en de mooie lage heuvelvorm van het struikje een heel goede, wintergroene bodembedekker die niet woekert.

 

In kort bestek

De Amerikaanse dwergsering (Ceanothus thyrsiflorus var. repens) is wintergroen, groeit prachtig koepelvormig uit (tot ca. 50 cm hoog) en geeft een weelde aan trossen zachtblauwe, seringachtige bloemen tot ver in het najaar. Een kruipheester die tegelijk accentplant en bodembedekker is en ook nog schitterend bloeit. Hij verdraagt matige vorst (bij strenge vorst even afdekken) en vraagt weinig verzorging. Voor zon en zandige grond. Nu bij GroenRijk.

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Tuinplant van de maand maart: Citrusboompjes

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Tuinplant van de maand maart: Citrusboompjes

Groeiend, bloeiend vakantiegevoel op je terras

Met een paar citrusbomen op je patio creëer je al snel een zuidelijke oase, die je bij de eerste vorst gewoon gezellig mee naar binnen neemt.  

Mooie kleuren, zoete geuren en als het meezit een bescheiden fruitoogst, dat maakt een citrusboom op zich al leuk. Maar deze mediterrane beauty blijft ook nog eens altijd groen, zodat je er het hele jaar door plezier van hebt. De bomen van mandarijn, citroen, limoen, sinaasappel, kumquat en grapefruit zien er steeds net even iets anders uit, maar hebben wel allemaal een stevige stam met daarop een groene kroon. Een andere overeenkomst is dat ze overweldigende bloesems hebben, allemaal graag warm en zonnig staan en je terras of balkon een exotisch tintje geven. Het is een typische kuipplanten die zowel in de zomer als in de winter veel licht nodig heeft. Ze zijn verkrijgbaar in formaten tussen 50-250 cm.

Het begon met citroen

Citrusbomen horen bij het plantengeslacht Citrus. Ze worden al meer dan 4000 jaar gekweekt, het is een van de oudste teeltgewassen en heeft duizenden cultivars voortgebracht. De oorsprong ligt in Zuidoost-Azië, citroen emigreerde als eerste naar Europa, in de 16de eeuw gevolgd door sinaasappel. Mandarijn kwam in 1805 over. Het waren felbegeerde oranjerieplanten bij koningshuizen en hoge adel, de kweekversies die nu bij een groot publiek worden aangeboden, zijn nog betrekkelijk nieuw. Citrus is momenteel helemaal hip door de plukplanttrend. Afgezien van kumquat valt over de smaak van de vruchten te twisten, maar de boompjes zijn zeker zo decoratief en vrolijk als je de vruchten er gewoon aan laat zitten.

Citrus trivia

  • Citrus is afgeleid van het Latijnse Citron en is verwant aan het Griekse 'kédros' dat 'boom met geurend hout' betekent.
  • Alle citrusvruchten zijn voortgekomen uit vier oervormen: citroen, pomelo, mandarijn en papeda (een bittere citroen).
  • Sinaasappels rijpen niet verder als ze geplukt zijn, citroenen wel. 

Woonplant van de maand maart: Bromelia

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Woonplant van de maand maart: Bromelia

Spannende vormen, tropische kleuren, met Bromelia haal je het mooiste uit het regenwoud in huis, als voorschot op de lente.  

Flamboyante beauty

Als een vrolijke, kleurige vlam groeit Bromelia uit een groene fonteinvorm. Sterk, makkelijk in de omgang, flamboyant van uiterlijk - Guzmania, Aechmea, Tillandsia, Vriesea en Ananas zijn echte statementplanten in je huis, door hun opvallende vormen en knalkleuren. En ze mogen er dan heel exotisch uitzien, kasplantjes zijn het niet: Bromelia is makkelijk in de omgang, blijft heel lang mooi (tot wel 6 maanden!) en is supersterk, dus ook geschikt voor beginnende groene vingers.

Moderne blikvanger 

Bromelia is het schoolvoorbeeld van 'design by nature'. Trechters, kelken, veren, lepels of een wirwar aan sprieten – ze hebben het allemaal te bieden. Die sterke vormen maken het perfecte planten voor de huidige interieurtrend waarin het decor rustig is, maar wel een paar blikvangers staan om het gezellig te maken. Voor een fris en eigentijds effect maak je een nieuw evenwicht door als basis mannelijke vormen in vrouwelijke kleuren te gebruiken én andersom. 

Benefits van Bromelia 

Vriesea geeft 's nachts zuurstof af en is daarom een heel geschikte slaapkamerplant. Voor alle bromelia's geldt dat ze een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit in huis. De onwaarschijnlijk felle kleuren helpen je aan een vrolijk gevoel en het zijn bovendien heel verrassende woonplanten, waarvan je amper kunt geloven dat ze echt zijn, door de bijzondere vormen.  

Verzorging Bromelia 

● Bromelia staat graag licht, maar niet in de volle zon. 
● Je geeft de plant water in de kelk, extra plantenvoeding is niet nodig. 
● Wil je Bromelia extra verwennen, dan salsa je er op een warme dag even omheen met de plantenspuit. 
● Vanaf half mei gedijt Bromelia ook op je terras en balkon. 

Kijk even naar de bladeren 

Bromelia’s met dikke bladeren staan graag in een droge omgeving en bromelia’s met dunne bladeren hebben liever een wat vochtigere standplaats. Dat maakt van Tillandsia een typisch badkamermaatje en van Aechmea een echte vensterbanktijger die best wat centrale verwarming kan hebben. De versies met grijze beharing staan het liefst in de volle zon en droog.

Flamboyante Latina 

In het wild groeit Bromelia zowel in het Andesgebergte als in de warme regenwouden van Zuid- en Midden-Amerika. Er zijn zo'n 2800 soorten. Bromelia is vermoedelijk ontstaan in het Krijt, zo’n 65 miljoen jaar geleden. Fossiele exemplaren zijn gedateerd op 30 miljoen jaar geleden. Die oer-Bromelia verschilt niet zo veel van de exemplaren die je bij bloemist en tuincentrum vindt: je haalt er echt een stukje natuurhistorie mee in huis. 

Bromelia trivia 

  • Er zijn bromelia’s zijn die op de grond groeien (terrestisch) en bromelia’s die aan bomen groeien (epifytisch) om meer licht te krijgen. 
  • Tillandsia is een epifytische bromelia die ook op telefoondraden, muren of bomen kan groeien. Ze hebben geen nadelig effect op de boom omdat ze met hun wortels én hun bladeren vocht en voedsel onttrekken aan de lucht. 
  • Wat de meeste mensen voor bloemen aanzien, zijn eigenlijk gekleurde schutbladeren. De echte bloemen zijn heel klein.
  • Inca’s, Azteken en Maya’s gebruikten zo’n beetje elk deel van de plant voor voedsel, bescherming, vezels en ceremonies.
  • In de 18de eeuw namen Belgische handelsreizigers de eerste exemplaren meer naar Europa, waar Bromelia als het toppunt van exotisch werd gezien.

Woonplant van de maand

Bromelia is Woonplant van maart 2017. De 'Woonplant van de maand’ is een initiatief van het Bloemenbureau. Maandelijks kiest het Bloemenbureau in overleg met vertegenwoordigers uit de sierteeltsector een plant die het opvallend goed doet bij de consument, of juist (nog) niet zo bekend is, maar wel potentie heeft om het goed te doen in de woonkamer. 

Italiaanse kruiden

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Italiaanse kruiden

De echte Italiaanse kruiden groeien het liefst in de zon en smaken magnifico in en bij tal van gerechten

Echte Italiaanse kruiden (erba aromatica) haal je niet bij de droghiere (kruidenier), maar uit je eigen giardino (tuin). Dan zijn ze pas echt vers (fresco), zoals dat bij Italiaanse gerechten hoort. Het woord ‘kruid’ is heel apart. Eigenlijk betekent het ‘kruidachtige plant’, dus een plant die geen houtige stam of stengels vormt, maar er zijn genoeg keukenkruiden die wel houtige takken vormen, tijm bijvoorbeeld en laurier, lavendel en hyssop. Die uitbreiding van het begrip ‘kruid’ zit in dat ‘keukenkruiden’. Daar betekent het ineens: planten die in de keuken worden gebruikt om het eten te kruiden (meer smaak te geven). Maar daar blijft het niet bij. Bijna alle keukenkruiden hebben ook een medicinaal effect. Ze maken je eten dus niet alleen lekkerder, maar ook gezonder.  En ook dan geldt: hoe verser des te gezonder!   Kweek ze dus zelf. GroenRijk heeft deze week vijf speciale soorten voor je in de aanbieding: prachtige gezonde planten, gekweekt in forse potten met een doorsnee van 14 cm. Daar kun je al meteen van oogsten.  Het gaat om de volgende soorten: rozemarijn (Rosmarinus officinalis), tijm (Thymus vulgaris ‘Compactus’), salie (Salvia officinalis), Marokkaanse munt (Mentha spicata ‘Maroccan’) en winterbonenkruid (Satureja montana). Het zijn allemaal heestertjes, dus meerjarige, overblijvende planten. In flinke potten gekweekt (doorsnee 14 cm). Daar heb je heel lang plezier van!

De vijf keukenkruiden die speciaal deze week bij GroenRijk in het zonnetje staan

Rozemarijn (Italiaans: Rosmarino) (Rosmarinus officinalis)

Het zachte, grijsgroene blad van deze kruidenplant vertelt je al dat hij van zon en heerlijk warme, droge zomers houdt. Het struikje groeit zowel in de hoogte als de breedte. Op den duur worden ze in Italië in de volle grond wel een meter hoog. En waarom zou dat bij jou niet kunnen? Zet hem (na half mei) buiten op een zonnige plek en laat hem binnen op een koele, lichte plaats overwinteren. Rozemarijn vraagt wat kalk in de grond. Regelmatig water geven. Gebruik de stengels en blaadjes om mee te kruiden. Heerlijk geurende, meestal heel lichtblauwe tot lichtroze bloempjes in mei-juni waar bijen graag op afkomen. Van bloeiende topjes kun je thee trekken. Lekker met wat honing erin! Dit kruid bevordert de spijsvertering. Heel gezond (ultimo sano!).

Tijm (Italiaans: Timo) (Thymus vulgaris ‘Compactus’)

Dit is een compact groeiende vorm van de sterkst geurende en smakende tijmsoort. Houdt van kalk in de grond en volle zon. Om de twee jaar in nieuwe grond planten. Dit kruid kent iedereen. Jonge scheuttopjes worden in soepen, sauzen en in vlees- en visgerechten toegepast. Door het koken (ook door verhitten op de barbecue) wordt de smaak sterker.  Wel de takjes verwijderen voor je het gerecht serveert. Ook lekker in kruidenthee.  Deze tijm bloeit in juni-juli met lilakleurige bloempjes. Een geweldige bijenplant. Goed winterhard (duro).

Salie (Italiaans: Salvia) (Salvia officinalis)

Opnieuw een gewild keukenkruid dat van enigszins kalkhoudende grond houdt. Deze planten zijn behoorlijk winterhard. Geen probleem dus om ze in de volle grond van je tuin te planten. Je moet ze wel ieder voorjaar flink insnoeien om lekker zacht, goed geurend blad te krijgen en te houden. Doe je dat niet, dan wordt de smaak van het blad minder. Salie is heel lekker in tal van gerechten. Je kunt de blaadjes meekoken of meebakken. Italiaanser eten dan pasta met ‘burro e salvia’ (boter en salie) kan bijna niet. Deze salie helpt goed tegen vermoeidheid. Het werkt ook rustgevend en (naar men zegt) zijn er nog veel meer heilzame, vaak al sinds lange tijd bekende heilzame effecten. De naam Salvia komt van het Latijnse ‘salvere’ wat ‘genezen’ betekent. De bloei valt in mei-juni-juli (lilablauwe bloemen). Mooi en lekker (bello e gustoso).

Marokkaanse munt (Italiaans: Menta di Marocco) (Mentha spicata ‘Maroccan’)

Deze munt is lekker in zowel zoete als hartige gerechten. In groenten en fruitsalades, bij lamsvlees, ijs, bij wortelen en erwten, soepen, sauzen, drankjes, thee enz. enz. Dit is de muntsoort waarmee de frisse Mojito-cocktails (met witte rum en limoen) worden gemaakt. En de heerlijk frisse smaak van de blaadjes blijft het hele jaar door geweldig. Ook de stengels, bloemknoppen en bloemen zijn goed te gebruiken. Dat is lang niet bij alle muntsoorten het geval. De kleur van de blaadjes is heldergroen, de bloemen zijn groenwit. De plant kan tot 50 cm hoog worden. Hij staat graag zonnig, maar verdraagt ook lichte schaduw. Regelmatig water en zo nu en dan plantenvoeding geven. Flink terugsnoeien kan. Voldoende winterhard. Verrukkelijk (delizioso)! 

Winterbonenkruid (Italiaans: Santoreggia)  (Satureja montana)

Winterbonenkruid wordt ook wel bergbonenkruid genoemd. Dit overblijvende, wit bloeiende bonenkruid (er is ook een eenjarige soort: Satureja hortensis) houdt net als de andere hier genoemde kruidensoorten van kalkhoudende grond en een zonnige plek buiten. Winterbonenkruid is redelijk winterhard, maar tijdens felle vorst is een beschermend dek aan te raden (als de plant in een potje groeit, kun je hem dan ook binnen zetten).  Je kunt er ook ’s winters van oogsten (bijv. lekker bij tuinbonen). Je kunt bonenkruid met groenten meekoken. De smaak wordt door koken niet minder. Op gekookte vis wordt vaak fijngehakt bonenkruid gestrooid. Bonenkruid kan peper en zout vervangen. Lekker bij kaas, in salades (met mate) of meekoken met peulvruchten. Een extract van de blaadjes reinigt vet haar (ook prima in bad). Stevige smaak (pungente).

TIP 1

Kruidenplanten houden niet van ‘natte voeten’. Geef pas water als de grond wat droger aanvoelt. Kun je met je vinger voelen…

TIP 2

GroenRijk heeft voor jouw gezondheid en die van jouw groenten en kruiden natuurlijk biologische meststoffen in voorraad, bijv. ‘Groente en Kruiden’ van DCM.

In kort bestek

Rozemarijn, tijm, salie, Marokkaanse munt en bonenkruid: vijf topkruiden voor de bereiding van heerlijke gerechten en verrukkelijke drankjes. Tover de sublieme smaak van het zonnige zuiden in wat je klaar maakt.  Verser dan uit je eigen tuin, van je terras of balkon kan niet. En supergezond! Kweek deze planten in pot, bak of volle grond. Kan allemaal! De meeste zijn redelijk winterhard. Oogst wat je nodig hebt wanneer je maar wilt. GroenRijk heeft ze nu voor je klaar staan!

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Aubrieta

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Aubrieta

De bodembedekkende Aubrieta bloeit van april tot ver in juni met een zee aan blauwpaarse bloempjes

De Nederlandse naam van Aubrieta, dus ook van Aubrieta gracilis ‘Kitte’, is randjesbloem of blauwkussen (van het Duitse ‘Blaukissen’). Aubrieta ‘Kitte’ is een bodembedekkende tuinplant die gesloten en compact uitgroeit tot een dicht tapijt van fijne, liggende stengeltjes en kleine, grijsgroene, spatelvormige blaadjes. De planten kunnen ook prachtig over muurtjes heen hangen.  ‘Kitte’ is wintergroen en bloeit van het voor jaar tot in de zomer met een overdaad aan innemende, kleine, blauwpaarse bloempjes. Ondanks het feit dat Aubrieta’s er vertederend teer uitzien, zijn het sterke, langlevende planten die zowel in zon als lichte schaduw gedijen.

Uit Griekenland

Het plantengeslacht Aubrieta is oorspronkelijk afkomstig uit de rotsachtige bergen van het ´s zomers warme zuiden van Griekenland, maar de verschillende soorten bleken zo sterk te zijn dat ze nu verwilderd in grote delen van Europa te vinden zijn. Er zijn ongeveer twaalf oorspronkelijke soorten bekend. Ze zijn allemaal groenblijvend. De kwekers zijn er al lang geleden mee gaan kruisen, waarbij o.a. Aubrieta deltoidea, de gewone Aubrieta, heel belangrijk is geweest. Vooral daaruit ontstond een grote groep hybriden die met roze, blauwe, rode, violette of paarse bloempjes bloeien. Die hybridengroep wordt ook nog wel met Aubrieta × cultorum aangeduid, maar dat is een verouderde naam.  Van sommige cultivars uit die groep zijn de bloempjes wat groter dan van de wilde soorten. In de natuur groeien Aubrieta’s graag over en tussen rotsen en op de oevers van bergbeekjes.

Aubrieta gracilis ‘Kitte’ is een vrij nieuwe, kruipend groeiende, ook ’s winters groenblijvende, meerjarige Aubrieta-cultivar die niet hoger wordt dan ca. 10 cm en zich via dichtvertakkende stengeltjes heel gesloten uitbreidt. De plant bloeit van april tot ver in juni met een zee aan blauwpaarse bloempjes (met gele hartjes) en vormt dan een kleurig tapijt over grond, stenen, muurtjes en rotsen. ‘Kitte’ houdt vooral van zon, maar verdraagt ook halfschaduw. De grond moet goed doorlatend, liefst iets kalkrijk en ook liefst humusrijk zijn en mag zelfs enigszins aan de droge kant zijn. Pas geplante exemplaren moet je wel voldoende water geven, maar als ze zich eenmaal goed hebben gevestigd, kunnen deze planten tamelijk veel droogte doorstaan.  Als bodembedekker groeien ze zelfs tussen en over de dekplaten of stenen bovenop muren in minimale hoeveelheden grond. Vroeger werden Aubrieta’s vooral als randplanten langs de paden – en zelfs tussen de stenen van paden – toegepast. Ook ‘Kitte’ is een fantastische bodembedekker. Hij (of zij?) vormt al snel een gesloten tapijt als je er (als richtlijn)  9 stuks per m2 van plant. Ook doordat de planten ’s winters hun blad houden, komt daar dan geen onkruid meer door. Dat kan dan eenvoudig niet meer kiemen. De blauwbloeiende cultivars zoals ‘Kitte’ leven langer dan roze of rood bloeiende cultivars.   

De naam Aubrieta

Deze naam werd aan dit geslacht gegeven door de Franse plantkundige Michel Adanson, die in 1727 in de Provençe werd geboren, maar in 1806 in Parijs overleed, nadat hij jarenlang in de (toen Franse) Afrikaanse kolonie Senegal had geleefd en gewerkt. Hij had een grote bewondering voor de Franse bloemen- en vlinderschilder Claude Aubriet die ongeveer een eeuw eerder leefde (1651-1742). Aubriet was als Koninklijke botanische schilder verbonden aan de tuin van de Franse koning te Parijs en was (en is) beroemd om zijn weergaloze, exact weergegeven, bijna fotografische illustraties van bloemen, planten en (kleine) dieren.

Meer over de verzorging

Hierboven noemden we al dat Aubrieta’s graag in iets kalkhoudende, goed doorlatende grond en op een zonnige tot licht beschaduwde plek groeien. Maar in de praktijk blijken deze planten ook pH-neutrale tot zelfs lichtzure grond nog te verdragen.  Aubrieta ‘Kitte’ woekert niet, maar als deze zich te sterk uitbreidt, kun je hem gerust iets snoeien. ‘Kitte’ verzacht de scherpe, harde lijnen van terrasranden, muurtjes en paden.  Bij langdurige droogte water geven. Geef liever geen voedingsstof met een hoog stikstofgehalte. De planten worden daardoor vorstgevoeliger. Houd het liever bij organische meststoffen zoals compost of gedroogde koemestkorrels. Wil je de planten vermeerderen, dan kan dat heel eenvoudig door ze te delen. De liggende stengels bewortelen ook weer.

TIP

Je kunt Aubrieta ‘Kitte’ mooi compact houden door de plant na de bloei flink terug te snoeien. Het kan dan zijn dat de plant in het najaar nog eens gaat bloeien.

In kort bestek

De blauwbloeiende randjesbloem Aubrieta gracilis ‘Kitte’ is een geweldige, dicht en compact groeiende bodembedekker, die ook heel mooi over muurtjes, lang spaden en tussen stenen groeit. Tot 10 cm hoog, tapijtvormend, onkruid onderdrukkend. Fijne, lepelvormige, grijsgroene blaadjes en een zee van blauwe bloempjes in april-juni. Sterk en wintergroen. Prachtplanten! Nu bij GroenRijk!    

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Campanula

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Campanula

De stijlvolle klokjesbloem Campanula Ambella® purple bloeit liefst tweemaal per jaar wekenlang

Plantenkwekers zijn altijd op zoek naar iets bijzonders. En als ze dat hebben gevonden proberen ze de eigenschappen van zo’n bijzondere plant nog te verbeteren. Dat is vaak jarenlang geduldig experimenteren tot het eindelijk lukt: dan is er een plant gecreëerd die precies heeft waarnaar werd gezocht. Met Campanula Ambella® purple is dat helemaal gelukt. Ambella® is een prachtige, evenwichtig, compact en klassiek gevormde klokjesbloem die buitengewoon rijk (en zelfs tweemaal per jaar) bloeit met bel- of klokvormige paarse bloemen. Die gaan wijd open en steken schitterend af tegen de frisgroene bladeren en stengels. De bloemen zijn in het hart donkerder paars. De bloemknoppen zijn eerst wit en kleuren dan donkerpaars voor ze opengaan. Deze plant past in iedere interieurstijl, maar komt ook geweldig mooi uit in een sierpot op terras of balkon. Zelfs de kweekpot waarin GroenRijk deze planten aanbiedt is al klassiek beige van kleur. Campanula Ambella® purple is winterhard. Je kunt hem dus ook in de volle grond van je tuin planten. Daar wordt het een geweldig goede bodembedekker.

Waar komt Campanula Ambella® purple vandaan? 

Dat is een heel verhaal. Er zijn heel wat soorten Campanula. De meest waarschijnlijke oorspronkelijke soort waaruit Campanula Ambella® purple is ontstaan, is Campanula carpatica. Dat is een wilde klokjesbloem uit het Karpatengebergte in Oost-Europa. Deze soort komt voor van zuid-Polen en Slowakije tot in Roemenië en Servië. Daar vormen de planten hele bloeiende velden op de zonnige berghellingen. Een prachtgezicht in mei-juni en september-oktober, want ze kunnen twee keer bloeien. Daarom wordt als bloeitijd ook wel mei-oktober aangegeven. Een andere veel genoemde herkomstsoort is de violetblauw bloeiende Campanula portenschlagiana uit Dalmatië (Kroatië). Deze soorten – Campanula carpatica en C. portenschlagiana dus – werden al heel vroeg in cultuur genomen, dus bewust gekweekt en veredeld. In die traditie hebben ook de Nederlandse Addenda®-kwekers hun aandacht op deze planten gericht. Addenda® is een gepatenteerd plantenmerk van gekweekte planten van hoge kwaliteit met bijzondere eigenschappen. De kwekers ontwikkelden eerst de Campanula Addenda® en daaruit zijn weer twee typen van deze superieure klokjesbloemen ontwikkeld: de fraai en klassiek gevormde Campanula Ambella® waar het hier over gaat en de wat wilder groeiende Campanula Adansa® (u herkent het woord ‘dans’ in deze naam. Dat zegt genoeg.).

Beide vormen zijn in diverse bloemkleuren leverbaar: Adansa® met donkerblauwe, roze of blauwwitte bloemen en Ambella® met paarse, blauwe of witte bloemen. De plant die GroenRijk deze week zeer aantrekkelijk geprijsd in groepjes van drie aanbiedt, is de paars bloeiende Campanula Ambella® purple.

Campanula Ambella® purple

Deze in een sierlijk overhangende, halve bolvorm over de pot uitgroeiende klokjesbloem wordt ca. 30 cm hoog, is winterhard en houdt van een plek buiten in zon of lichte schaduw, maar je kunt hem voorlopig ook heel goed (in een sierpot) in huis zetten om er van dichtbij van te genieten zo lang hij bloeit. De planten worden aangeboden in aardige, beige kunststof kweekpotten van 12 cm doorsnee. Buiten kun je ze een plek geven in een sierpot of bak (ook hanging basket) op je balkon of terras, of in de volle grond van je tuin. Maak er dan groepjes van of pas ze op diverse plekken  toe. In de volle grond zullen ze uitgroeien tot prachtige, koepelvormige bodembedekkers.

De planten hebben hun hoofdbloei in het voorjaar-begin van de zomer en bloeien vaak nog eens in het najaar. Beide keren zal de bloei zo’n acht weken aanhouden. Wil je er een extra mooi en vol groepje van in je tuin maken, plant dan 7-9 planten per m2. Geef bij het inplanten wat extra tuinplantengrond in het plantgat om de plant voldoende voeding te geven.

Zet je een Ambella® in zijn kweekpot in een sierpot, zorg dan voor een drainagegat in die sierpot om wateroverlast bij de wortels te voorkomen. GroenRijk biedt een ruime keuze aan sierpotten voor binnen én buiten, maar ook de bemeste tuinaarde voor buiten.

Regelmatig water geven (afhankelijk van de groeiplek om de 3-5 dagen) en bij planten in potten of bakken eens per maand wat vloeibare plantenvoeding voor bloeiende planten in het gietwater doen. Campanula Ambella® purple wordt heel vaak eerst in een sierpot op een opvallende plek toegepast en na de eerste bloei in de volle grond van de tuin geplant, waar deze dan in september nog eens uitbundig zal bloeien.

TIP

Verwijder na de eerste bloei de uitgebloeide ranken, dan verrassen Campanula Ambella®’s je in het najaar zeker met een tweede bloei.

In kort bestek

Nu bij GroenRijk in de aanbieding: prachtige, klassiek gevormde, uitbundig en paarsbloeiende klokjesbloemen Campanula Ambella® purple. Superieure kwaliteit. Twee plus één gratis. Voor binnen of  in pot, bak of hanging basket op je balkon of terras buiten, maar als overblijvende planten kunnen Ambella®’s ook als fraaie bodembedekkers in je tuin schitteren. Ze bloeien wekenlang in voor- én najaar. Eenvoudig te verzorgen.

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl


Bosviolen in wandhanger

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Bosviolen in wandhanger

Bosviolen zijn vertederende bloeiers en in deze wandhanger een echte blikvanger aan de muur

Ieder huis en iedere tuin, schuur of garage heeft muren. Met deze wandhangers kun je letterlijk iedere voldoende lichte plek opvrolijken met rijk bloeiende bosviolen! Kale muur of schutting? Violen in de wandhanger ertegen! Moet je eens zien wat een verschil. Zo’n fleurige hanger is ook een leuk cadeau voor een familielid, vriendin of vriend. Iedereen wordt er opgewekt van. Weg depressies! Zin in het voorjaar! En voor de prijs waarvoor GroenRijk deze planten inclusief wandhanger nu aanbiedt, kun je ze niet bij GroenRijk laten hangen. Nu maar € 7,99 voor zo’n prachtige, hangende groep violen! Bosviolen zijn leuke, lage (15 cm), bloemrijke, groenblijvende planten met hartvormige blaadjes met iets gekartelde randen. Boven dat blad verschijnen de vertederende, kleine, zachtgekleurde bloempjes met gele hartjes in grote aantallen. De planten bloeien bovendien enorm lang door. Zeker als je regelmatig de uitgebloeide bloempjes wegknipt. 

Hang je violenhanger op een lichte plek, maar niet in de volle zon

Bosviolen houden niet van fel, direct zonlicht. Een lichte tot iets beschaduwde plek is het beste. Ze hebben maar weinig verzorging nodig. Geef ze bij droog weer één keer per week water. Doe daar eens per veertien dagen wat plantenvoeding in (kies voeding voor bloeiende planten: GroenRijk heeft het in voorraad). Deze violen kunnen maandenlang doorbloeien. Bosviolen kunnen buiten bopvendien goed tegen niet al te best weer, als het maar niet té lang nat blijft. De drainage moet goed zijn en dat is in deze wandhangers prima voor elkaar. Bosviolen verdragen zelfs enkele graden nachtvorst. Als het echt veel harder gaat vriezen, kun  je ze even in hun wandhanger op een koele plek binnen ophangen (in een schuur bijvoorbeeld) tot het weer beter wordt. Maar de kans dat dat nodig is, is dankzij de klimaatverandering en deze tijd van het jaar niet zo groot meer. 

Wat ‘bosviolen’ eigenlijk zijn

Er bestaan in de wilde natuur honderden soorten violen. Ze komen vooral op het noordelijk halfrond voor, enkele ook in zuidelijker delen van de wereld, o.a. Australië. De bosviolen in de wandhangers zijn hybriden (kruisingsproducten) met de beste eigenschappen van de verschillende soorten waaruit ze zijn ontstaan. Het belangrijkst in die afkomst zijn een soort hoornviooltjes (Viola cornuta) uit de Pyreneeën, die als kenmerk een uitstekend ‘hoorntje’ (cornutus) aan de achterkant van het onderste (hangende) bloemblaadje hebben. Daar kun je de afstamming van die soort aan herkennen. Er is enorm veel mee gekruist. Heel veel andere soorten hebben ook hun genen met de hoornviolen ‘gemengd’. Daardoor is er een uitgebreide Viola Cornuta Groep van violenrassen ontstaan, waar deze bosviolen dus bij horen, maar waarvan niemand meer precies weet hoe hun afstamming is. Bosviolen worden meestal op kleur verkocht. Er zijn wel rasnamen, maar die worden veel minder vaak vermeld en gebruikt.

Er zijn ook nog andere bosviolen

Behalve al die kruisings-hoornviolen die we hierboven noemden, is er nog een echte wilde Europese soort die  officieel bleeksporig bosviooltje wordt genoemd. Deze wilde soort komt in grote delen van Europa, maar ook in Noord-Afrika voor. De wetenschappelijke naam is Viola riviniana. Deze vrij zeldzame soort groeit vooral in loofbossen. De bloemen (april-mei met soms herbloei in de herfst) zijn prachtig blauwviolet. Ze hebben ook een spoor aan de achterzijde van het onderste bloemblad, maar die is in dit geval bleekgeel tot wit en steekt duidelijk af tegen de blauwe bloemen. Deze planten worden tot maximaal 35 cm hoog. De blaadjes zijn hartvormig. Je kunt deze soort ook in de Nederlandse loofbossen vinden. Hij bloeit na het bekende paarse Maarts viooltje.

Bosviolen zijn meerjarig

Een tip: als je je wandhanger met violen koopt, komen ze uit het warme tuincentrum. Hang ze dan niet meteen buiten op als het nog vriest (dat kan nog in maart). Anders krijgen ze een klap van de kou. Daar gaan ze niet dood aan, maar ze moeten er wel even van herstellen. Bij ‘gewoon’ voorjaarsweer is meteen buiten ophangen geen probleem. Eenmaal buiten gewend is er sowieso geen probleem meer. Lichte nachtvorst kunnen ze dan wel hebben. Je kunt de bosviolen als ze zijn uitgebloeid ook in de volle grond van je tuin planten. Het zijn overblijvende (meerjarige) vaste planten. Zorg wel dat ze de winter daarop niet in lang nat blijvende grond staan, anders kunnen de wortels wegrotten. In de tuin bloeien de planten dan meestal van mei tot september. De vroege (of late) bloei van de planten die je nu koopt wordt bereikt door kwekerskunde. Door allerlei maatregelen en de juiste rassenkeuze is de bloeiperiode van veel planten namelijk te manipuleren.

TIP

De bloemen van  bosviolen zijn eetbaar. Je kunt de kleurrijke bloempjes dus letterlijk door de sla mengen. Als garnering staan ze ook heel vrolijk. De bloempjes smaken lekker friszoet.

In kort bestek

De leuke wandhangers vol bosviolen (Viola Cornuta Groep) die GroenRijk nu aanbiedt, kunnen maandenlang bloeien. Ze zorgen voor vrolijke kleur tegen je schutting, schuur, garage of huis! Je kunt ze als ze zijn uitgebloeid in je tuin planten, want ze zijn meerjarig. Matig water geven in de wandhanger met eens per veertien dagen wat plantenvoeding. Uitgebloeide bloemen wegnemen verlengt de bloeitijd.

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Winterheide, de kleurrijke bloeier

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Winterheide, de kleurrijke bloeier

Winterheide is een kleurrijke bloeier die graag in de zon staat

Winterheide is een naam die aan verschillende in de winter bloeiende heidesoorten wordt gegeven. De soort die GroenRijk nu aanbiedt is de prachtige Erica × darleyensis. Die ‘×’ in de naam geeft aan dat het om een kruisingsproduct gaat. Geen natuurlijke soort dus. De plant werd omstreeks 1890 op de kwekerij van James Smith & Sons, Darley Dale, Derbyshire in Engeland gevonden. Het is een spontane kruising tussen de zeer winterharde Erica carnea en de nauwelijks winterharde Erica erigena. Het heeft een aantrekkelijke soort met de gunstige eigenschappen van beide ouders opgeleverd. Daarvan zijn weer tientallen cultivars gekweekt. De naam Erica × darleyensis (dus genoemd naar Darley Dale) kreeg de plant in 1914 van de Engelse botanicus William Jackson Bean die van 1922 tot 1929 curator van de beroemde Kew Gardens was. In 1914 publiceerde hij zijn befaamde naslagwerk ‘Trees and Shrubs Hardy in the British Isles’, waarin Erica × darleyensis voor het eerst wordt genoemd. Deze kruisingssoort bestaat dus officieel ruim 100 jaar. De cultivars worden ook wel bij de grote groep Erica-hybriden ingedeeld.

 

Bijzondere eigenschappen

Een van de eerste cultivars die uit Erica × darleyensis zijn voortgekomen, heet ook weer ‘Darley Dale’ Deze plant lijkt nog heel sterk op de soort zelf. Sommige taxonomen (plantennaamdeskundigen) denken zelfs dat het om dezelfde plant gaat. Dat is nog niet genetisch uitgezocht.  Het is een sterk, breed opgaand, vrij open struikje dat ca. 40 cm hoog wordt, goed groeit en grijzig groen blad heeft (heel fijne blaadjes die dicht tegen de twijgen aanliggen). Hij bloeit zeer rijk met massa’s licht paarsroze, hangende, urnvormige bloempjes. De officiële bloeitijd is december tot mei, maar de kwekers zien kans de planten al in oktober in bloei te krijgen. De plant dankt zijn schoonheid en rijke bloei vooral aan de afstamming van de gracieuze E. erigena.

 

Andere soorten winterheide

Behalve Erica × darleyensis wordt ook kruisingsouder  Erica carnea winterheide genoemd.  Maar die krijgt ook wel de namen sneeuwheide, voorjaarsheide of vleeskleurige dopheide. Erica carnea komt uit Midden- en Zuidoost-Europa: de Alpen, Noord-Italië, de Balkan. De andere kruisingsouder, Erica erigena, heeft de Nederlandse naam reuzenvoorjaarsheide. Deze soort komt uit West-Ierland, Noordwest-Frankrijk, Noord-Spanje en Portugal. In de natuur kan deze soort wel struiken tot 125 cm hoog vormen, terwijl Erica carnea niet veel hoger dan 25 cm wordt. Erica × darleyensis zit daar tussenin. De meeste cultivars daarvan halen ca. 40 cm. Ook qua winterhardheid houdt Erica × darleyensis het midden. Voor Nederland is de plant winterhard genoeg dankzij de inbreng van ‘papa’ E. carnea die niet maalt om 20 graden vorst. Alleen in extreem koude en erg natte winters kan E. × darleyensis het moeilijk hebben.

 

Andere cultivars

Net zo bekend als de bovengenoemde ‘Darley Dale’ is ‘Silberschmelze’ die ook wel ‘Molten Silver’ wordt genoemd. Deze cultivar bestaat al sinds 1937 en bloeit met zilverachtig roomwitte bloemen. Het loof is ’s zomers grijsachtig groen, in de winter kleurt het bronsgroen. Deze plant is goed winterhard, groeit net zo als ‘Darley Dale’, wordt ook 40 cm hoog en bloeit officieel (buiten) in de periode november-mei. ‘White Glow’ lijkt heel sterk op ‘Silberschmelze’, maar blijft iets kleiner. ‘Ghost Hills’ is ook een heel mooie, breed opgaande struik, maar de officiële bloeitijd is januari-april. De bloei begint paarsroze, maar verkleurt naar warm paarsrood. Het struikje vertoont daardoor vaak bloemen in verschillende tinten. Maar er zijn er veel meer, ook iets andere bloem- en bladtinten, zoals ‘Kramer’s Rote’, ‘Red Spring Surprise’, ‘Rosalena’, ‘Ilsengold’ en ‘Eva’.  Maar in feite zijn die namen niet zo belangrijk en worden ze ook lang niet altijd bij de planten aangegeven. Kies gewoon wat je mooi vindt. Rijk bloeien doen ze allemaal.  Je koopt deze planten nu (dankzij de kwekers) ook allemaal in bloei.  

 

Verzorging

GroenRijk heeft deze dopheide nu te koop in flinke 13 cm-potten. Je kunt ze zowel binnen als buiten (op het terras of balkon) toepassen. De meeste heidesoorten kunnen niet goed tegen kalk in de grond of in het gietwater. Houd daar rekening mee. Als je ze uit hun kweekpot haalt (als kamerplant hoeft dat niet) moet je ze in zure heideplantengrond planten (heeft GroenRijk ook voor je). En giet met onthard of regenwater. Plantenvoeding geven is nu niet echt nodig. Geef dat wel in de periode mei-juni als je de planten buiten overhoudt. Na de bloei kun je de planten wat terugsnoeien. Zet ze (binnen, maar ook als je ze buiten zet) op een lichte plek.

 

TIP

Het staat heel vrolijk als je deze bloeiende heide buiten in een plantenbak combineert met klimop, kleurige Skimmia en Pernettya, kleine conifeertjes enz. Bekleed de bak vanbinnen met noppenfolie. Dat isoleert geweldig tegen de winterse kou. Zorg wel dat de drainagegaten vrij blijven. Maak anders even gaten in de noppenfolie.

 

In kort bestek

Erica × darleyensis is een prachtige, rijkbloeiende winterheide die heel lang voor kleur zorgt. Dat kan in huis of buiten. De struikjes zijn voldoende winterhard voor ons klimaat. Bij GroenRijk koop je ze nu volop bloeiend. Je kunt kiezen uit verschillende kleuren: van zilverwit tot roze en zelfs paarsroze tot paarsrood. De verzorging is heel eenvoudig, maar giet liefst met onthard of regenwater, want deze heide heeft een hekel aan kalk.

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Hyacinten in pot

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Hyacinten in pot

Ja, deze hyacinten in pot bloeien fantastisch op een lichte, niet te warme plek in je huis.

Met kerst en oud-en-nieuw prachtig bloeiende, heerlijk geurende hyacinten in huis! Dat kan! Niet op een vaasje, maar wekenlang bloeiend vanuit hun eigen bollen in een potje. Drie bollen per pot. Laat ze gewoon in hun potje staan. Zet het kweekpotje (doorsnee 12 cm) in een aardige sierpot op een lichte, niet te warme plek in je kamer, ‘et voilà’ (zeggen onze Vlaamse buren dan) het wordt al meteen feestelijk. De normale bloeitijd van hyacinten is april-mei, maar de kwekers hebben ervoor gezorgd dat de hyacinten nu al (kunnen) bloeien. ‘Voortrekken’ heet dat. Er zijn hyacinten met allerlei bloemkleuren, maar de soort die GroenRijk nu speciaal en heel aantrekkelijk aanbiedt, bloeit smetteloos wit. Die kleur past overal. Het is bovendien de kleur van de onschuld, vandaar de rasnaam ‘l’Innocence’ (‘de Onschuld’) voor deze witte hyacinten. Het is een van de geurigste hyacintencultivars.

 

Oorsprong: het Middellandse-Zeegebied

De wilde vorm van ‘onze’ hyacinten (Hyacinthus orientalis) stamt uit het oosten van het Middellandse-Zeegebied, met name uit de omgeving van Griekenland en Turkije. Die oorspronkelijke soort heeft violetblauwe bloemen, maar de witte vorm is ook al heel oud. Waarschijnlijk kwamen er ook in de natuur al witte mutaties voor. Later werden er ook andere afwijkende vormen doorgekweekt, met name gevuldbloemige rassen met een veel groter aantal bloemblaadjes per bloem. Wilde hyacinten bloeien veel minder rijk dan de nu gekweekte cultivars. De wilde hebben niet meer dan zes tot twaalf klokvormige bloempjes per tros, de gekweekte tot wel vijftig stuks trechtervormige, wijd openstaande bloempjes. De bloemen worden door de kwekers ‘nagels’ genoemd. De wilde vorm is wel veel vaker meerstelig, maar ook in cultuur worden bewust meerstelige rassen geteeld, de zogenaamde ‘Multiflora’-typen. Die vormen dus meer bloemtrosjes uit één bol. De planten vormen vanuit de geschubde bollen behalve bloeistengels smalle, groene, gootvormige bladeren, meestal niet meer dan zes tot acht. De bollen vormen maar moeilijk broedbolletjes waaruit de planten kunnen worden vermeerderd. Dus doen de kwekers dat vaak op een andere manier. Dat vormen van jonge bolletjes uit een oude bol wordt ‘verklisteren’ genoemd.

 

Al heel lang gekweekt

Al in de 15e eeuw kwamen er hyacinten(bollen) via de Turken naar Zuid-, Midden- en Noordwest-Europa. In de 16e eeuw zijn er al vier hyacintenrassen in Nederland bekend, die ook werden doorgekweekt. De verdere ontwikkeling ging vooral in Nederland snel. Rond het jaar 1700 werden er al meer dan 2000 verschillende rassen gekweekt. Net zoals voor tulpenbollen werden er ook voor hyacintenbollen op een gegeven moment krankzinnig hoge bedragen betaald. De bollen waren statussymbool geworden. Er werd grof geld in belegd en dus op een gegeven moment ook verloren (toen ook al crisis voor de investeerders). Mocht je in april/mei in Bretagne (Frankrijk) zijn, dan kun je daar net zoals in Nederland de hyacintenbollenvelden zien bloeien. Daar worden ze ook veel geteeld voor de parfumindustrie.

 

De naam hyacint stamt uit de Griekse mythologie

Net zoals bij de narcis (Narcissus was een Griekse jongeman die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld en zijn aanbidsters niet zag staan) was ook Hyacinthus (Grieks: Hyakintos) een jongeman die ongelukkig aan zijn eind kwam. Hij werd door de god Apollo gedood. Na die daad rees er op de plek waar dat was gebeurd, een plant uit de grond met hyacintachtige bloemen. Doordat deze plant pas vrij laat in West-Europa bekend werd, onderging hij niet het lot van veel andere planten  die een met Maria of een christelijke heilige verbonden naam kregen met een bijpassend, daaraan ontleend verhaal. In de naam hyacint klinkt nog een wereldvisie uit de klassieke oudheid door.

 

Makkelijke verzorging

In pot voorgetrokken hyacinten (de bloeitijd is door de telers vervroegd) worden te koop aangeboden in het stadium dat ze net een beetje beginnen te kleuren. Ook bij GroenRijk kun je dus al zien dat de nu speciaal aangeboden hyacinten wit gaan bloeien. Hyacinten kunnen slecht tegen kou (zeker als ze uit de warme winkel komen), dus pak ze even goed in als je ze mee neemt en het buiten winters weer is. Zet het kweekpotje met de bollen thuis in een aardige sierpot en zet dat op een lichte, maar niet te warme plek. Als je dat doet zullen ze het langst bloeien en de meest intense geur verspreiden. Temperaturen rond 20 °C zijn prima. Geef ook regelmatig water, want de planten verdampen dat snel. Voel dus regelmatig even met een vinger of de potgrond nog iets vochtig is. Zo niet, water geven. Plantenvoeding geven is niet nodig. De bolletjes kunnen wekenlang bloeien. Doe ze daarna weg. Soms wordt geprobeerd ze over te houden en ze eventueel in de volle grond van de tuin te planten, maar dat is nooit erg succesvol. Ze zullen dan het jaar erop veel minder rijk bloeien (meer zoals de wilde vorm , met kleinere trossen met minder ‘nagels’ die verder uit elkaar staan). De natuurlijke bloeitijd is half april-half mei. Koop voor buitencultuur ‘droge’ bollen van de rassen die daar speciaal voor zijn bedoeld. Die kun je nu nog planten (tijdens vorstvrij weer). Maar ook voor die toepassing kun je beter ieder jaar nieuw bollen kopen.

 

TIP

In de bloementaal staat de hyacint voor vrede, toewijding en schoonheid. Mooie stille wens om (voor de feestdagen) in huis te halen of te geven!

 

In kort bestek

GroenRijk heeft deze week wit bloeiende hyacinten in de aanbieding die al per drie in een potje staan, kant-en-klaar bloeibaar in huis. Witte bloemen geuren vaak het sterkst. Dat zul je merken! De kleur begint net te komen, dus ook de geur. Daar zul je wekenlang plezier van hebben. Heerlijk om te hebben of te geven. Zet je hyacintenpotje licht en niet te warm. Verder alleen regelmatig water geven. Geniet van de smetteloze kleur en verrukkelijke geur!

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Mini kerstboom

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Mini kerstboom

Ja, deze prachtige mini-kerstboom in pot kun je helemaal in je eigen stijl versieren

Een witte spar als kleine kerstboom! Hij heet Picea glauca ‘Conica’, een dwergvorm van de grote witte spar uit Canada. Daarom wordt de witte spar ook wel Canadese spar genoemd. De soort (Picea glauca) heeft naaldvormig blad: blauwgroene, stijve, bijna ronde naalden met fijne witte streepjes op de onder- en bovenkant en de jonge twijgen zijn ook wit (daaraan ontleent hij zijn naam). Dwergje ‘Conica’ is heel anders. Die heeft heerlijk zacht (kindvriendelijk) naaldvormig blad. Die niet-prikkende naaldjes zijn dun en lichtgroen, heel anders dan van de oorspronkelijke soort. De grote Picea glauca komt in Noord-Amerika voor van Alaska tot Newfoundland. Het is een bekende houtleverancier voor de papierindustrie. Het hout dat als ‘Quebec Spruce’ wordt verhandeld, is roomwit. Witte sparren worden in de natuur 30-50 meter hoog. Ze hebben een smalle kegelvorm  en de volwassen vorm produceert slanke, tot 6 cm lange, bruine bloeikegels. Die zul je bij mini ‘Conica’ niet gauw zien. Ook niet als die al vele jaren in een tuin heeft gegroeid. Want daar is deze kleinblijvende sparcultivar ook heel geschikt voor. De ‘Conica’s  die GroenRijk nu in kweekpot (doorsnee 19 cm) aanbiedt, hebben al de mooie kegelvorm, maar ze zijn nog jong. Gezonde planten!

 

‘Conica’ als mini-kerstboom

Een ideaal boompje voor wie weinig ruimte in huis heeft of geen zin in een kerstboom die te veel ruimte vraagt. Met een ‘Conica’ als kerstboom haal je wel de echte kerstsfeer in huis – de naaldjes geuren heerlijk naar een sparrenbos als ze (per ongeluk) worden gekneusd – maar je overdrijft nooit met een ‘Conica’ en je hebt veel minder spullen nodig om je boompje leuk op te sieren. Het is ook heel fijn om zo’n boompje cadeau te doen aan kleinbehuisde oudere mensen of patiënten die langdurig op bed moeten liggen. Dan hebben ze iets moois en nieuws om naar te kijken! Reken maar dat dat wordt gewaardeerd! Je moet wel even zorgen dat iemand het boompje zo nu en dan water geeft in de pot! En hij moet in huis natuurlijk in een leuke sierpot staan. Heb je die niet, dan kan GroenRijk je daar ook heel goed aan helpen.

 

Na Oud-en-Nieuw naar buiten

Het leuke van Picea glauca ‘Conica’ als kerstboompje-in-pot is dat je hem straks niet weg hoeft te doen. Hij heeft een prima wortelkluit en kan zo de tuin in als je die hebt. Hij groeit heel langzaam, blijft prachtig en zelfs heel oude exemplaren zijn na jaren meestal niet veel hoger dan zo’n anderhalve meter. Je kunt je ‘Conica’ straks ook in een grotere pot of flinke plantenbak overplanten en hem dan buiten op je terras of balkon toepassen. Deze cultivar wordt vanwege zijn prachtige vorm en makkelijke maat ook veel in heidetuintjes geplant  of als solitair in kleine tuinen. Derde optie: heb je geen tuin, balkon of terras, geef je ‘Conica’ dan naderhand aan iemand die dat wel heeft. Een prachtig cadeau!

 

Verzorging  

Zet je boompje in huis niet op een donkere plek. Hij heeft licht nodig om zich prettig te voelen en de winterzon is al niet zo sterk. Je kunt je voorstellen dat je boompje even schrikt als hij plotseling in je warme kamer (of in welke warme ruimte ook) staat. Hij gaat dan veel meer water verdampen. Dat is wel goed voor de luchtvochtigheid in je kamer, maar je boompje loopt de kans uit te drogen als hij dan niet regelmatig voldoende water krijgt. Als hij te droog komt te staan, zal hij zijn verdampingsoppervlak willen verkleinen en kan dan wat naaldjes laten vallen. Dat zal veel minder gauw gebeuren dan bij de bekende ‘gewone’ kerstboom (Picea abies – ook een spar), maar toch… Je moet dus zorgen dat de wortelkluit in de pot steeds voldoende vochtig blijft. Je hebt je boompje-in-pot natuurlijk – omdat hij binnen staat – in een sierpot zonder drainagegat gezet. Een teveel aan water kan dan niet weg. Overdrijf het water geven dus niet. Maak het niet kletsnat! Het is ook beter om de naalden niet met een of andere kleurspray (vaak goud of zilverkleurig) te bespuiten. Die lijm-, verf- of lakachtige  stof sluit de zogenaamde huidmondjes af (minuscule gaatjes in de bladnaaldjes waar de boom door ademt en water verdampt). Als dat gebeurt kan je boompje stikken en zal dan alsnog blad laten vallen. Volhangen met allerlei mooie kerstversiering kan natuurlijk wel. Dat kun je ook makkelijk weer weghalen als je je boompje straks buiten verder wilt laten groeien. Het is ook heel goed voor je boompje om de naaldjes zo nu en dan met een fijne waternevel te besproeien. Als je hem buiten uitplant, vindt hij het fijn als dat in lichtzure tot pH-neutrale grond gebeurt. Sparren groeien niet goed in kalkrijke grond. Als je tuingrond wel wat aan de kalkrijke kant is, kun je tuinturf door de grond in het plantgat mengen. Zet je je ‘Conica’ in een pot, plant hem dan in heideplantengrond. Dat heeft GroenRijk ook voor je. Plant je boompje ’s winters alleen buiten uit als het niet vriest. Plant je hem in de volle grond, dan mag ook de grond niet bevroren zijn. Er zijn ’s winters vorstvrije periodes genoeg. Picea glauca ‘Conica’ is overigens volkomen winterhard. Dat dankt dit dwergje aan zijn Canadese afkomst.

 

‘Conica’ is ouderplant van diverse kinderen

De meest bekende tuinvorm die weer uit ‘Conica’ is voortgekomen, is de bolvormig groeiende ‘Alberta Globe’ met heel fijne volgroene naaldjes. Een andere is ‘Laurin’, een kleine, smalle kegelvorm met donkergroene naaldjes met een blauwzweem. Deze vorm blijft nog kleiner dan ‘Conica’ en groeit heel langzaam: enkele centimeters per jaar. En zo zijn er meer.

 

TIP

Picea glauca ‘Conica’ hoef je niet te snoeien als je hem in je tuin zet. Dit conifeertje behoudt bijna altijd zijn prachtige, regelmatige vorm en behoudt ook de onderste takken. Hij blijft dus mooi gesloten en groeit langzaam. Een prachtboompje om te hebben, niet alleen als kerstboompje!

 

In kort bestek

Een prachtige dwergspar (Picea glauca ‘Conica’) als mini-kerstboom! Deze week te koop bij GroenRijk. Een ‘denneboompje’ met zachte, lichtgroene naalden en met wortelkluit in pot. Ideale maat. Om naar eigen idee te versieren. Na de feestdagen kan hij (in pot of in de volle grond) je tuin in. Dan heb je nog jarenlang plezier van hem. In de kamer licht zetten en regelmatig water geven. Eenmaal buiten geplant is het boompje volkomen winterhard.

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Nordmannspar

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Nordmannspar

Zet de gezaagde Nordmannspar in een kerstboomstandaard en geef de boom regelmatig water en kerstboomvoeding

Je zou het vanwege zijn naam niet verwachten, maar de Nordmannspar (Abies nordmanniana) komt niet uit het noorden van Canada of Noord-Europa maar uit Noordoost-Turkije en het Kaukasusgebied even ten noorden van Turkije. In dat gebied worden deze sparren echte reuzen van soms wel 70 m hoog met een kaarsrechte, zware, gegroefde stam die er in de bossen daar bijstaan of ze er al sinds mensenheugenis groeien. Soms is dat ook echt zo. Deze prachtige naaldbomen kunnen namelijk honderden jaren oud worden. Opvallen doen ze vooral door het mooie, glanzende, donkergroene loof. Dat naaldvormige blad staat niet als een dubbele kam aan de twijgen, maar bedekt de twijgen geheel (ze liggen er overheen), waarbij de naaldjes iets naar voren wijzen. Aan de onderkant van ieder naaldje kun je twee zilverkleurige strepen ontdekken. Dat zijn huidmondstreepjes waardoor het blad ademt: gassen zoals stikstof en koolzuur worden erdoor uit de lucht opgenomen en zuurstof wordt erdoor uitgeademd.  Zo’n levende boom heeft daardoor een sterk reinigende werking op de lucht in de omgeving waar hij staat, ook als kerstboom in je huis of werkruimte. Zelfs als het een afgezaagd exemplaar is, zoals GroenRijk nu aanbiedt. Het zijn werkelijk schitterende sierbomen!

 

De Nordmannspar als kerstboom

Als kerstboom wordt de Nordmannspar steeds meer gewaardeerd. De naam – met dubbel ‘n’ – is een vernoeming van de Finse botanicus Alexander von Nordmann (1803-1866) De boom valt op vanwege de sterkte van de naaldvormige blaadjes. Die vallen lang niet zo snel af als bij de ‘gewone’ kerstboom en veel mensen vinden de donkergroene kleur en de glimmende naaldjes ook veel mooier. Als kerstboom worden van de Nordmannspar alleen jonge exemplaren van enkele jaren oud aangeboden. Oudere exemplaren worden al snel te groot. Een boompje van een jaar of zeven is al gauw 3-4 m hoog. Jonge Nordmannsparren bloeien nog niet. Dat gebeurt bij deze coniferen pas op latere leeftijd. Dan verschijnen de 12-15 cm lange bruine bloeikegels (4-5 cm dik). Die bestaan, zoals je ongetwijfeld weet, uit een centrale ‘pen’ met daaromheen schubben waartussen de zaden worden gevormd. Heel opvallend en kenmerkend bij de Nordmannspar zijn gepunte dekschubben die tussen de ‘gewone’ schubben door uit de kegel naar buiten steken. Maar dat zul je bij de jonge Nordmann-kerstboompjes dus nooit zien. De Nordmannspar heeft trouwens een andere opvallende eigenschap die je bij je kerst-Nordmann wel kunt zien: onder de regelmatig geplaatste takken zit vlak bij de stam vaak een kort extra zijtakje; bijna als een soort reserve voor als de grote tak het zou begeven.

 

Nogmaals de naam

Je las het hierboven al: de boom is genoemd naar Alexander von Nordmann. Nee, geen Duitser, maar een Fin. Een plant- en dierkundige (ook doctor in de geneeskunde) die o.a. in Berlijn studeerde, in Odessa (Oekraïne) doceerde en daar ook een hogeschool voor de tuinbouw stichtte. Hij deed veel onderzoek in de natuur in Zuid-Rusland, de Kaukasus en de Balkan. Heel veel planten uit die gebieden werden door hem voor het eerst beschreven, ook de Nordmannspar die hij in 1834 in Georgië ontdekte. Alexander werd geboren in een Fins dorpje met de naam Ruotzensalmi, midden tussen de oneindige Finse bossen en meren (het woongebied van de kerstman dus). De Nordmannspar wordt ook wel Nordmann’s den of zilverspar genoemd. Dat ‘den’ klopt niet. Deze soort, met z’n wetenschappelijke naam Abies nordmanniana, behoort tot het geslacht van de zilversparren (Abies). Het is dus zeker geen den, zoals ook de ‘gewone’ kerstboom geen den is, maar een spar. Die heet Picea abies. Uit die naam voel je de verwarring al opkomen. De gewone kerstboom is dus een spar (Picea) die aan zilversparren  (abies) doet denken. Echte dennen behoren tot het geslacht Pinus. De officiële Nederlandse naam van de ‘gewone’ kerstboom is Fijnspar of Gewone spar. Het is de soort die het in de bouw veel toegepaste vurenhout levert. Sparren en zilversparren komen allebei op vrijwel het gehele noordelijk halfrond van onze wereld voor.

 

TIP

Een groot voordeel (zeker met kinderen) is dat de naalden van een Nordmannspar niet prikken, maar zacht aanvoelen. Dat is een eigenschap van de meeste zilversparren.

 

Verzorging

Zet het ondereind van de afgezaagde stam vast  in een kerstboomstandaard waarin je water kunt gieten. Met de draaischroeven in de standaard kun je hem stevig verankeren. De boom kan dan doorgaan met het zuiveren van de lucht en zal niet zo gauw verdrogen. Doe ook kerstboomvoeding in het water (dat heeft GroenRijk voor je). Zet de boom liever niet op een erg warme plek (niet vlak bij de verwarming).

 

In kort bestek

De Nordmannspar (Abies nordmanniana) is een prachtige kleine (kerst)boom met mooi donkergroen, naaldvormig blad dat niet snel uitvalt. GroenRijk levert ze als kerstboom met een afgezaagde stam die je in een bakstandaard kunt vastzetten. Zorg dat je daar regelmatig water indoet (en kerstboomvoeding). Dan heb je tot in januari plezier van je mooie boompje met z’n glanzende, zacht aanvoelende naalden.

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Phalaenopsis, Woonplant van de maand december

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Phalaenopsis, Woonplant van de maand december

In december is Phalaenopsis Woonplant van de maand. Deze oogstrelende orchidee met ranke stelen, glimmende bladeren en vlinderachtige bloemen brengt je stijl, klasse en een vleugje Azië.   

Bloemen als vlinders

Phalaenopsis, dat komt van het Griekse ‘phalaina’ (mot) en ‘opsis’ (gelijkend). En inderdaad, de bloemen van de Phalaenopsis lijken op vliegende motvlinders. Daardoor wordt de plant ook wel Vlinderorchidee genoemd. De bloemen zijn er in het paars, roze, zalmkleur, wit, geel en zelfs blauw (deze zijn geverfd) en hebben vaak een creatief gespikkeld of gestreept patroon. Bovendien heeft het hart van de bloem een uitstekende ‘onderlip’.

Helemaal uit Azië en Australië

De Phalaenopsis heeft behoorlijk wat reiservaring. De plant werd rond 1700 ontdekt in de tropische regenwouden van Azië en Australië en kwam met ontdekkingsreizigers mee naar West-Europa. De orchidee is van nature gewend om te groeien in bomen en op rotsen, maar vermaakt zich ook op jouw ventersbank of bureau.

Geniet lang van je Phalaenopsis

Zo houden jullie het samen leuk: zet de Phalaenopsis op een plaats met voldoende licht, maar vermijd felle zon tussen april en oktober. Als de wortels wit zijn geworden, wil de plant graag een slokje. Dompel de pot eens in de 7 tot 10 dagen ongeveer 10 minuten onder in lauw (regen)water zodat de wortels zich kunnen volzuigen met vocht. En als de verwarming aan staat, kun je de bladeren regelmatig besproeien. Bovendien kun je de plant bemesten met orchideeënvoeding. Van november tot en met februari een keer per maand, de rest van het jaar twee keer per maand. Daar wordt je Phalaenopsis blij van.

Leuk om te weten:

  • Veel orchideeën verspreiden een lichte geur, ze ruiken het sterkst bij zonsopgang.
  • De Phalaenopsis staat symbool voor verbondenheid, vrouwelijkheid, samenwerking, spiritualiteit, elegantie en eigenwaarde en is daarom een perfect cadeau.
  • Phalaenopsis voelt zich het allerprettigst bij een temperatuur tussen de 20°C en de 22°C. De minimumtemperatuur voor de plant is 16°C.
  • Wist je dat de Nederlandse schoenenontwerper Jan Jansen een Orchid Shoe heeft ontworpen, gebaseerd op de vormen van de orchidee?
  • Om de plant voor een tweede keer in bloei te brengen, knip je de tak boven het tweede oog (van onderaf geteld) af. Daarna zet je de plant op een koelere plaats neer en na ongeveer 2 maanden zet je de plant weer terug om te genieten van de mooie bloemen. Vergeet niet de plant dan weer regelmatig water te geven.
  • Niet zo veel ruimte? Er zijn steeds meer kleine Phalaenopsis verkrijgbaar.
  • Zelfs de wortels van de Phalaenopsis zijn het bekijken waard, een glazen plantenpot is dus een goed idee.
  • Phalaenopsis wordt door veel mensen als dé orchidee gezien. Alle Phalaenopsis zijn inderdaad orchideeën, maar niet alle orchideeën zijn Phalaenopsis. Andere orchideeën zijn bijvoorbeeld Cambria, Dendrobium, Oncidium en Vanda.
  • Phalaenopsis was een van de eerste tropische bloemen die verschenen in Victoriaanse bloemencollecties.
  • Voor de kust van Taiwan ligt Orchid Island, genoemd naar de Phalaenopsis die er rijkelijk bloeit.

Woonplant van de maand

De Phalaenopsis staat deze maand in het middelpunt van de belangstelling als Woonplant van december 2014. ‘Woonplant van de maand’ is een initiatief van het Bloemenbureau en komt tot stand met financiële steun van de Europese Unie. Maandelijks kiest het Bloemenbureau in overleg met vertegenwoordigers uit de sierteeltsector een plant die het opvallend goed doet bij de consument, of juist (nog) niet zo bekend is, maar wel potentie heeft om het goed te doen in de woonkamer.
Voor meer informatie zie: www.mooiwatplantendoen.nl

Facebook: mooiwatplantendoen
Twitter: @watplantendoen   

Tuinplant van de Maand december: Spar

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Tuinplant van de Maand december: Spar

De spar kennen we al sinds jaar en dag als de meest gebruikte kerstboom. Met zijn fijne, een beetje prikkende naalden staat hij in menig huiskamer te pronken. Maar ook in de tuin is de spar een graag geziene, wintergroene conifeer, want dat is het eigenlijk. Door zijn mooie vorm kan de Tuinplant van de Maand december, samen met andere heesters en coniferen, beeldbepalend zijn in de tuin.

Van groot tot klein!

De spar (Picea omorika) is een zeer winterharde naaldconifeer. Wanneer de plant kegels draagt als hij groter is, zullen deze altijd onder aan de takken hangen. Vaak wordt een kerstboom zonder kluit aangeboden waardoor ze op een kruis of kerstboomstandaard geplaatst moeten worden. Steeds vaker zien we kerstbomen met kluit en zelfs miniatuurboompjes van de spar met een mooie conische vorm, de Picea glauca ‘Conica’. De spar kerstbomen zijn er in maten van 50 cm tot vele meters hoog, tot wel 50 meter aan toe. Bepalend voor de sierwaarde is vooral de bezetting van de takken met de naalden (eigenlijk de bladeren) en de vorm van de boom. Soms wil een kerstboom met kluit of een standaard met daarin water het vallen van de naalden nog wel een beetje uitstellen. Als tuinplant is een spar vooral heel bepalend in de tuin. Het aanplanten van een solitaire plant die kan doorgroeien is dan ook aan te bevelen.

Verzorging spar

Met een paar eenvoudige tips blijft de spar gezond en mooi. De spar in de tuin vraagt een vochtige, matig voedselrijke, enigszins zure grond om in geplant te worden en de plant kan zowel in de schaduw als in de vole zon staan.

Het laten hergroeien in de tuin van een spar met kluit vraagt enige zorg. Let bij het aankopen van de spar of er een voldoende grote kluit onder de boom zit en zet de boom bij voorkeur op een kerstboomstandaard met water erin en heesterchrysal. Omdat de planten 3 weken binnen hebben gestaan in droge, warme lucht is de overgang naar buiten niet altijd even gemakkelijk. Een vorstvrije periode is hierbij van belang om de plant in de tuin goed te kunnen laten wortelen. De verzorging van de miniatuur kerstboompjes in huis is vaak veel gemakkelijker. Geef de plant regelmatig water en zet hem op een lichte plek. Hoe koeler de plek hoe makkelijk en langer de plant goed blijft.

Snoeitips spar

Bij de meeste sparren, zeker de dwergsoorten, is het niet nodig te snoeien. Wanneer de grotere maten spar te fors van grootte worden of juist voller moet worden kan de plant wel gesnoeid worden, het beste in het voorjaar (april, mei). Gebruik hiervoor gewoon een heggeschaar en kort het einde van de takken met enkele centimers in. Dan blijft de vorm mooi symmetrisch en goed gevuld.

Meer informatie over Spar en andere tuinplanten vind je op Mooiwatplantendoen.nl.

Tuinplant van de Maand

De spar staat in december als Tuinplant van de Maand in de spotlights. ‘Tuinplant van de Maand’ is een initiatief van Mooiwatplantendoen.nl. Kwekers en groenspecialisten uit de sierteeltsector selecteren op verzoek van Mooiwatplantendoen.nl maandelijks een tuinplant met als doel te inspireren en te enthousiasmeren.


De vlinderorchidee

Image may be NSFW.
Clik here to view.
De vlinderorchidee

Zet de vlinderorchidee op een lichte plek en geef regelmatig water en speciale orchideeënvoeding

Orchideeën vormen een geweldige plantenfamilie. Ze zijn de jongste groep bloeiende planten die op Aarde is ontstaan. Dat werd een groot succes, want ze komen nu bijna overal ter wereld in honderden verschillende geslachten voor. De prachtige vlinderorchideeën (Phalaenopsis) die GroenRijk nu speciaal aanbiedt, vormen daarvan maar een heel klein deel: slechts één geslacht, maar wel met tientallen schitterend bloeiende soorten. Hun vormenrijkdom is enorm. Ze passen zich aan de meest uiteenlopende omstandigheden aan. Vaak wordt gedacht dat de exotische vlinderorchideeën uit een beperkt gebied in Zuidoost-Azië stammen, maar dat is niet zo. Vlinderorchideeën kun je vinden van China in het noorden tot Australië in het zuiden en van het Himalajagebied in Midden-Azië tot de Filippijnen en Papoea-Nieuw-Guinea in het oosten. Qua leefwijze lijken al die soorten vlinderorchideeën vaak totaal niet op elkaar. Het tropische type vlinderorchidee dat je nu bij GroenRijk kunt kopen, leeft in de natuur hoog in de kronen van de oerwoudreuzen. Het zijn zogenaamde epifyten. Maar ze voelen zich in jouw huis ook prima thuis. Het zijn om te verzorgen zelfs heel makkelijke planten en weinig planten bloeien zo lang en mooi (en steeds weer opnieuw!). GroenRijk heeft ze nu in de bloemkleuren wit, roze en paars en met liefst drie bloemtakken in de aanbieding.

 

De verschillende leefwijzen van vlinderorchideeën

De epifytische vlinderorchideeën groeien dus niet in de bodem van het oerwoud, maar ze hechten zich met hun wortelstokken op de takken en vooral in de takoksels van bomen in het (sub)tropische bos. Daar is voldoende zonlicht voor ze. Daar kiemen hun zaden. Ze tasten de bomen zelf niet aan. Ze halen geen voeding uit de sappen van de boom, maar leven van het afval dat zich in de takholtes verzameld: stof uit de lucht en uit regenwater, plantenresten, uitwerpselen van vogels enz.  Ze kunnen dus met heel weinig voedsel toe.  Maar het kan nog extremer: er zijn ook vlinderorchideeën die zelfs in vrij droge rotsspleten groeien. Die soorten komen in Noord-Australië voor. Dat zijn soorten die bijna geen wortels meer hebben, net genoeg om zich in zo’n spleet te verankeren. Al die soorten doen het ook goed in de speciale, ruige orchideeënpotgrond waarin ze worden opgekweekt.

 

Qua bouw zijn ze allemaal hetzelfde

Vlinderorchideeën vormen als hun zaad kiemt, een omhoog groeiende wortelstok waaruit per jaar een of twee grote, vlezige en dikke, groene bladeren verschijnen. Die blijven heel lang aan de plant, maar vallen wel een keer af. Als dat tijdens de bloeit gebeurt, is dat een teken dat je vlinderorchidee aan rust toe is. Dan moet je hem wat koeler zetten. Oudere planten – vlinderorchideeën kunnen heel oud worden – vormen soms wel tot tien bladeren. Vlinderorchideeën vormen geen zogenaamde pseudobulben, dat zijn bolachtige verdikkingen die bij andere soorten soms wel tussen de bladeren verschijnen. De prachtige Phalaenopsis-exemplaren die GroenRijk nu aanbiedt hebben liefst drie bloemtakken. Aan elke tak hebben of vormen ze een bloemtros die gemiddeld wel twee tot drie maanden kan blijven bloeien. Sommige verspreiden ook nog een heerlijke, zachte geur.

 

Eenvoudige verzorging

Zet je vlinderorchidee op een lichte plek, maar niet in de volle zon. Dus niet vlak achter een raam op het zuiden, waar het erg heet kan worden. Zet hem dan liever iets verder van het raam af. Gewone kamertemperaturen – 18-22 °C – voldoen prima. Ook een gewone luchtvochtigheid – 40-50% – is goed genoeg. Geef maximaal eenmaal in de week (of eenmaal per negen dagen) matig water. Geef pas opnieuw water als de potgrond bijna droog aanvoelt. Giet doorlekkend, overtollig water af. Vlinderorchideeën hebben een hekel aan langdurig natte voeten. Ze hebben ook maar weinig voeding nodig. Eenmaal in de maand wat speciale orchideeënvoeding in het gietwater is genoeg. Als een stengel is uitgebloeid, kun je hem op 20-25 cm boven de potgrond (boven het derde oog op de stengel) afsnijden. Dan vormt zich weer een nieuwe stengel die opnieuw tot bloei komt. Vlinderorchideeën kunnen vaak bijna eindeloos doorbloeien. Als een plant blad laat vallen, is dat een teken dat hij aan rust toe is. Zet hem dan wat koeler weg en geef matig water tot hij weer nieuwe bloeistengels begint te vormen. Die verschijnen vanuit de oksels van de bladeren. Dan weer lichter zetten. Al die tijd wel gewoon matig water blijven geven. Na enkele jaren kan het nodig zijn je plant te verpotten in een iets grotere pot. Doe dat dan in verse, al genoemde, ruige orchideeënaarde. GroenRijk heeft die ook voor je.

 

De naam Phalaenopsis

Deze naam betekent eigenlijk ‘op een vlinder lijkend’. Het Griekse phalaina betekent ‘mot’ of ‘vlinder’ en opsis betekent ‘lijkt op’. Het Nederlandse ‘vlinderorchidee’ is dus helemaal niet zo gek. In veel omschrijvingen kom je tegen dat de bloemen in de natuur – als ze door de wind worden bewogen – wel wat op rondfladderende vlinders lijken. Ze worden overigens ook wel maanorchideeën genoemd. De herkomst van die naam is onduidelijk.

 

TIP

Vlinderorchideeën doen het prima in normale omstandigheden in je woonruimte. Maar als de lucht er heel droog is – minder dan 40% op de hygrometer – kunnen jonge bloeiknopjes uitdrogen. Voorkom dat door ze dan zo nu en dan met een fijne nevel te besproeien.

 

In kort bestek

De prachtige vlinderorchideeën (Phalaenopsis) behoren tot de unieke soorten exotische orchideeën die meer bloeitakken per jaar kunnen geven. GroenRijk biedt ze nu aan met liefst drie bloeitakken. Kleurkeuze: wit, roze en paars. Grote bloemen. Ze doen het prima in normale huiskamercondities. Iedere bloemtros kan twee tot drie maanden bloeien. Fantastisch mooie, eenvoudig te verzorgen, uiterst dankbare planten.

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Goudpalm

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Goudpalm

De bladeren van de goudpalm hebben een luchtzuiverende werking

De goudpalm (Dypsis lutescens, ook wel Chrysalidocarpus lutescens genoemd) is een omhoog gerichte vederpalm met prachtige, heldergroene, geveerde bladeren. De plant wordt meestal goudpalm genoemd, maar soms ook wel ‘Areca-palm’ of  ‘vlinderpalm’ (vertaling van de Engelse naam ‘Butterfly Palm’). Internationaal worden ook de  namen ‘Bamboo Palm’, ‘Golden Cane Palm’ en ‘Yellow Palm’ wel gebruikt. Deze vederpalm komt oorspronkelijk van het Afrikaanse eiland Madagascar, waar de planten in bosjes bij elkaar groeien in de kustgebieden. Daar kan hij wel 6-12 m hoog worden en vertakken de stammen zich soms. Hij vormt er sierlijk overhangende bladeren van wel 2-3 m lang. Als kamerplant in onze huizen blijft hij veel kleiner (groeit dan tot hoogten van ca. 150-200 cm en ook de bladeren worden veel minder lang: tot 100 cm). Hoewel de plant ook Areca-palm wordt genoemd is het geen Areca-soort, maar is het de enige soort in het geslacht Dypsis. De echte Areca-soorten komen vooral in Azië voor. De vederpalm waar we het hier over hebben, lijkt sterk op die Aziatische Areca-soorten en is er heel in de verte ook familie van is (hij behoort tot de familie van de Arecaceae). Officieel is de naam Dypsis lutescens. Maar de plant wordt vaak nog als Chrysalidocarpus lutescens  aangeboden, want zo heeft de goudpalm ook een tijdje officieel geheten. Deze varen heeft een uitstekende luchtzuiverende werking (Air so Pure).

De goudpalm groeit langzaam en vormt een uitdijende bos opgaand groeiende stengels die vanuit de wortels verschijnen en op de langen duur echte stammetjes kunnen vormen (maar dat duurt echt heel lang). Een goudplant kan heel oud worden. In onze woonkameromstandigheden groeit hij gemiddeld een aantal centimeters per jaar en zal hij regelmatig oude bladeren afstoten en nieuwe vormen. Op de stammetjes die zich vormen blijven de aanhechtingen van de oude bladeren als een soort lidtekens achter. Heel decoratief. In tropische en subtropische gebieden is het een graag geziene tuinplant die zich makkelijk aan allerlei omstandigheden aanpast. Bij ons is het een prachtige kamerplant die in ieder interieurtype past (modern en klassiek), maar ’s zomers naar buiten mag. Het is uiteraard een tropische plant. Hij verdraagt geen temperaturen beneden de 13 °C (ook ’s nachts niet). De beste temperatuur voor de goudpalm ligt tussen de 18 en 24 °C. Gewone kamertemperaturen zijn dus prima.

 

Eenvoudige verzorging

De goudpalm staat graag licht, maar niet de hele dag in de felle zon. De temperatuur op de standplaats mag dus niet te laag worden, maar te heet is ook niet goed. ’s Winters kan de plant wel de volle zon hebben. De lichtsterkte is dan veel minder. Zet hem ‘s winters dus gerust in een verwarmde serre waar de volle zon op staat, maar ’s zomers zal daar moeten worden geschermd. Als je hem ’s zomers buiten zet, moet je hem ook op een plek zetten waar niet de hele dag de volle zon op staat. Zorg dat de potkluit altijd vochtig blijft (ook ’s winters). De plant houdt niet van ‘natte voeten’, maar geef wel royaal water op de wortels en laat dat rustig uitlekken. Dat lekwater kun je dan naderhand weggooien of bij andere planten geven. Een flinke pot met onderschotel is bij deze plant daarom heel handig. Pas de watergift afhankelijk van de heersende temperatuur een beetje aan. Bij wat lagere temperaturen minder water geven. Een volwassen  plant verdampt als hij wat ‘groter is gegroeid’ (hij zal dan ca. 180 cm hoog zijn en in een pot van minstens 40 cm doorsnee moeten staan) gemakkelijk één liter water per dag bij normale kamertemperaturen. De goudpalm is daardoor ook een uitstekende luchtbevochtiger (maar dan moet hij zelf wel voldoende water krijgen natuurlijk). Geef je goudpalm om de paar jaar een ruimere pot en vul de ruimte rond de wortelkluit dan aan met verse, voedzame potgrond. Geef in de groeiperiode van de plant (van voorjaar tot herfst) om de veertien dagen wat vloeibaar plantenvoedsel in het gietwater (kies in dit geval plantenvoeding voor groene planten). Een goede luchtvochtigheid wordt ook op prijs gesteld, dus zo nu en dan lekker even het blad besproeien is prima. Daarmee haal je ook het stof van het blad waardoor hij nog beter kan ademen en de lucht zuiveren! De goudpalm is een sterke plant. Als je hem verzorgd zoals beschreven, kan hij generatieslang mee gaan.

 

Opvallende bloei

Hoewel de goudpalm als groene design- en bladplant wordt beschouwd, kan hij wel degelijk prachtig bloeien. Tussen de grote bladeren (met wel 40-60 smalle deelbladen aan weerszijden van de middennerf) verschijnen dan trossen gele bloemen die daarna besachtige vruchten vormen waar in de tropen vogels graag van eten (dat kan dus ook gebeuren als je de plant ’s zomers buiten zet). Uit de bessen kun je ook nieuwe planten opkweken. De kwekers vermeerderen de planten meestal door jonge grondscheuten los te nemen en apart op te kweken.

 

Een echte luchtzuiveraar

De goudpalm staat erom bekend dat hij vervuilde licht zuivert door de ongewenste deeltjes eruit te filteren. Het is wat dat betreft zelfs een van de best werkende planten. Om die reden is deze palm ook heel geschikt om in kantoor- en andere werkomgevingen te worden toegepast. De plant neemt de onzuivere deeltjes uit de lucht via het blad op en maakt daar onder andere bouwstof voor zichzelf van. Hij heeft er zelf geen last van. Heel bekend is dat de goudpalm met name gasvormige stoffen zoals xyleen en tolueen, benzeen en formaldehyde uit de lucht wegzuivert. Dit is o.a. gebleken uit onderzoek door de NASA. Deze palm komt qua luchtzuivering als beste uit de bus in het boek ‘How to Grow Fresh Air’ van NASA-onderzoeker dr. B.C. Wolverton die tientallen planten heeft getest voor toepassing in afgesloten ruimten met circulaire luchtzuivering, zoals in ruimtestations. Als tweede eindigde de stokpalm (Rhapis excelsa).

 

Echte Areca-palmen zijn er dus ook

Nederlanders met een Indische achtergrond kennen nog wel een echte Aziatische Areca-soort, namelijk de betelpalm (Areca catechu) die in Indonesië overal is te vinden. Het is de palm die bij het ‘sirih-pruimen’ wordt gebruikt. Daarvoor worden de betelnoten  fijngehakt met wat kalk en andere stoffen (gambir) in een stukje betelblad verpakt. Daar wordt op gekauwd. Het heeft een opwekkende werking, maar het kleurt de tanden rood.

 

TIP

Combineer – als je daar de ruimte voor hebt – met andere prachtige palmen voor nog meer exotische sfeer: Chamaedorea, Howea, Phoenix, maar ook Microcoelum zijn heel geschikt!

 

In kort bestek

De goudpalm (Dypsis lutescens, ook wel Chrysalidocarpus lutescens genoemd) uit Madagascar is een prachtige design-plant voor je living en werkplek, die de lucht zuivert van schadelijke stoffen. Deze omhoog groeiende, tropische, altijdgroene palm kan ook met grote gele trossen bloeien en vormt sierlijke, veerachtige bladeren van wel een meter. Hij kan een hoge leeftijd bereiken en de verzorging is eenvoudig. Past in elk interieur (klassiek of modern).

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Woonplant van de maand januari: Ficus benjamina

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Woonplant van de maand januari: Ficus benjamina

Ficus benjamina is de woonplant van de maand januari. Groot, groen, effen, gevlamd – met Ficus benjamina haal je een geweldige binnenboom in huis om je door de donkere maanden te helpen.

Groene reus 

Om de leegte die je kerstboom heeft achtergelaten een beetje te vullen heb je aan Ficus benjamina een topper. Deze mooie, groene plant heeft vele gezichten en is zowel verkrijgbaar met een volle kruin vol kleine blaadjes als een wat meer gestileerde plant met groter blad. Het is ook nog eens een prima huisgenoot, want Ficus staat in de Top 10 van luchtzuiverende planten in een onderzoek van NASA. Bovendien is het een makkelijke plant, waar je amper omkijken naar hebt. Wel lekker warm inpakken als hij vanuit de winkel met je mee naar huis mag, want als subtropisch type is het een béétje een koukleum.  

Trendy groenmaker 

Ficus biedt niet alleen keuze uit verschillende kleuren groen en tekeningen van het blad. De plant wordt ook aangeboden met spannende stammen: spiraal, dubbele spiraal, koker, gevlochten, recht. Dat maakt hem niet alleen een echte blikvanger, maar ook een leuke dwarsligger die prima past de huidige interieurtrend vol opvallende en speelse vormen.  

Sterke uitstraling 

Wie zoekt naar een mooie groene persoonlijkheid, heeft aan Ficus een makkelijke huisvriend die jarenlang met je meegroeit. Door de speciale luchtzuiverende werking is het ook een ideale kantoorplant en het formaat maakt Ficus in een rijtje een effectieve binnenhaag of roomdivider. Heel hip is de plant presenteren in een verrassende pot, bijvoorbeeld een kunststof binnenpot met een geborduurde hoes of een pot met spannend reliëf. 

Verzorging Ficus benjamina

  • Ficus benjamina staat graag op lichte of halflichte plek en heeft een hekel aan tocht. 
  • De pot af en toe een kwartslag draaien laat de ficus mooi recht groeien. 
  • Zorg dat de potkluit niet uitdroogt, ficus houdt van lichtvochtige grond.  
  • Ficus houdt van eens per maand wat kamerplantenvoedsel bij een gietbeurt. 
  • Zet de plant gerust af en toe onder de douche of in een zomerse regenbui om het stof eraf te spoelen. 

Tropische beauty 

Ficus behoort tot de moerbeifamilie en groeit in het wild in Zuidoost-Azië en Australië. Daar kunnen ze tot wel 30 meter groot worden, binnen blijven ze een stuk handzamer. Het is één van de meest beschreven planten ter wereld. Er zijn ruim 800 soorten bekend en er wordt geschat dat er meer dan 3000 variëteiten bestaan. Omdat het zo'n mooie en makkelijke huisgenoot is, is het ook een van de populairste woonplanten ter wereld. 

Ficus trivia 

  • Op een Ficus benjamina kun je bonsaitechnieken uitleven, om de vorm nóg spannender te maken. 
  • De plant heeft beroemde familieleden, zoals de Ashvattha (‘Heilige ficus’). Door de bijzondere groeiwijze van deze ficus (wortels die naar boven groeien en takken naar beneden) worden aan deze variant bijzondere krachten toebedeeld.
  • Ficus is een van de eerste planten die zo'n 11.000 jaar geleden vanuit Azië in Europa werd gekweekt, voor de landbouw. 
  • In de zomer kan Ficus bij rustig weer het terras of het balkon op.
  • Ficus heeft zowel in het Boeddhisme als het Hindoeïsme een speciale spirituele betekenis en heeft ook als woonplant een inspirerende, rustgevende uitstraling. 

 Woonplant van de maand

Ficus benjamina is Woonplant van januari 2017. De 'Woonplant van de maand’ is een initiatief van Bloemenbureau Holland. Maandelijks kiest het Bloemenbureau in overleg met vertegenwoordigers uit de sierteeltsector een plant die het opvallend goed doet bij de consument, of juist (nog) niet zo bekend is, maar wel potentie heeft om het goed te doen in de woonkamer. 

Tuinplant van de maand Januari: Winterheide

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Tuinplant van de maand Januari: Winterheide

De tuinplant van de maand januari is de Winterheide. Wie wel eens op de heide komt voor een heerlijke wandeling herkent vast het mooie, bijna oneindige tapijt van kleurige bodembedekkende planten met bloemetjes. Dat is Winterheide. Deze plant geeft in koude maanden veel kleur in de natuur, in de tuin of op het terras. Daarnaast is Winterheide ook na de bloei jaarrond een sieraad in de tuin. Groenblijvend, bodembedekkend en gemakkelijk!

Het geslacht Wintereide (Erica) behoort tot de familie van de Ericaceae net als de Calluna, Pieris, Rhododendron, Azalea of Gaultheria. Mooie planten om met elkaar te combineren omdat ze vrijwel dezelfde groeiomstandigheden en verzorging nodig hebben. De soorten Winterheide die in januari verhandeld worden zijn winterhard en ruim verkrijgbaar bij tuincentra, bloemenwinkels of bouwmarkten. De belangrijkste twee soorten Erica carnea (sneeuwheide) en Erica x darleyensis (dopheide) bloeien van december tot maart/april. De Erica carnea is wat compacter en de Erica x darleyenis is wat losser van groeiwijze.

Winterheide is mooi om in groepsbeplanting in borders of potten te gebruiken. De kleuren zijn roze, lila of wit. Naast de kleur van de bloemetjes kan ook het blad verschillend van kleur zijn. Groen, geel, oranje en bronskleurig zijn opvallende verschijningen.

Verzorging Winterheide

Belangrijk is dat de grond vochtig is en goed doorlatend. De planten doen het goed in de volle zon maar ook bij half schaduw. De planten laten zich graag combineren met andere zuurminnende planten als coniferen en planten uit de familie van de Ericaceae. Bruine, uitgebloeide bloemetjes kun je verwijderen door even je hand door de plant te halen. Dit zorgt ervoor dat de planten mooi blijven.

Snoeitips Winterheide

Op de heide spelen schapen een belangrijke rol om de planten kort te houden. Ze vreten de topjes van de planten, een soort snoeien dus. Het 'korthouden' van Winterheide in de tuin is dan ook een goed idee. Als de heide niet regelmatig wordt gesnoeid ontstaan alleen bloemen op lange houtige takken. Ze zijn dan minder mooi van vorm en missen hun mooie compacte bodembedekkende eigenschappen na verloop van tijd. Snoeien kan het beste in april of mei.

Meer informatie over Winterheide en andere tuinplanten vind u op Mooiwatplantendoen.nl

 

Kentiapalm

Image may be NSFW.
Clik here to view.
Kentiapalm

De kentiapalm is een sterke, prachtige, makkelijk te verzorgen tropische palm

De kentiapalm – er zijn twee nauwverwante soorten – is een tropische palm die stamt van het paradijselijke Australische eiland Lord Howe in de Stille Oceaan (tussen Australië en Nieuw-Zeeland). Beide soorten – meer Howea-soorten zijn er niet – lijken sterk op elkaar. Ze vormen een stam en donkergroene, geveerde bladeren. Bij de iets kleinere soort Howea belmoreana worden die tot 45 cm lang, maar bij de grotere soort Howea forsteriana, die GroenRijk nu speciaal aanbiedt, gaat de bladsteellengte wel tot 90 cm en bij de breed uitwaaierende geveerde bladeren zijn de deelbladeren 2-3 cm breed en tot wel 60 cm lang. Deze bladplanten koop je nu 95 cm hoog en met meer stammetjes bij elkaar in een kweekpot met een doorsnee van 19 cm. Elegante prachtplanten die langzaam groeien en heel oud kunnen worden.

 

De meest gekweekte soort

Howea forsteriana is de meest gekweekte soort omdat deze de minste verzorging nodig heeft. Als de beide hierboven genoemde soorten nog jong zijn, zijn ze moeilijk van elkaar te onderscheiden. Kleine verschillen zijn dat de stammetjes bij H. forsteriana onderaan niet verdikt zijn en de geveerde bladeren vertonen aan de onderzijde geschubde plekjes. Meer verschil is er niet, behalve  – na heel wat jaren – de uiteindelijke grootte: ze kunnen allebei tot zo’n 2,5 m hoog worden, maar H. forsteriana kan dan ook wel tot 3 m breed zijn. Kentiapalmen groeien langzaam en hoeven daardoor maar om de drie jaar te worden verpot. Je moet daarvoor een type pot gebruiken dat hoger is dan breed, anders kunnen de wortels onvoldoende ‘uit de voeten’. Potten breder dan 30 cm zul je nooit nodig hebben. Verpot je kentiapalm laat in het voorjaar in normale standaardpotgrond. GroenRijk heeft alle benodigde materialen voor je in voorraad.

 

De beste verzorging

Omdat dit een van de sterkste, altijdgroene palmsoorten voor binnen is, is de verzorging ook heel makkelijk. Je kunt Howea forsteriana een plek geven die licht tot iets meer beschaduwd is. Volle zon vlak bij een raam is niet nodig, maar ook dat verdraagt hij. Die flexibiliteit is een van de redenen waarom binnenhuisbeplanters en kantoortuininrichters deze plant zo graag gebruiken. Overigens stoppen kentiapalmen met groeien als ze te donker staan. Andere redenen voor de voorliefde voor deze soort zijn dat deze soort heel weinig last heeft van ziekten en plagen en dat het een heel goede luchtzuiveraar is. Bovendien verdraagt de plant vrij veel stof op het blad. Toch is het goed om de kentiapalm zo nu en dan lekker in de regen buiten te zetten, of het met lauw water te douchen. Het blad blijft dan mooi frisgroen. Spons de bladeren nooit af met een zogenaamd bladglansmiddel. Dat kan ze beschadigen. Als er geen kans op nachtvorst meer is, mag je kentiapalm trouwens de hele zomer buiten staan. Maar als hij binnen nogal donker stond, moet je hem dan wel aan het felle licht buiten laten wennen. Zet hem dan eerst op een bewolkte dag buiten en liefst ook eerst op een schaduwplek waar niet de hele dag de volle zon op staat. Kentiapalmen doen het goed bij normale kamertemperaturen, maar – het zijn tenslotte tropische planten – lagere temperaturen dan 13 °C verdragen ze niet. Ze vragen vrij veel water. Zorg dat de potkluit steeds vochtig blijft. De kweekpot mag niet in het water staan. Voor deze planten is een sierpot (met een drainagegat onderin) op een onderschotel het meest ideaal. Dan kun je een doorlekkend teveel aan gietwater zo nodig zelfs afgieten en kunnen de wortels niet gaan rotten. GroenRijk heeft de juiste potten voor je. Als de planten in rust zijn – tijdens de winterperiode – minder water geven. Als je ziet dat de groei weer begint, meer gaan gieten. Geef tijdens de groei om de twee weken wat vloeibare plantenvoeding in het gietwater of gebruik voedingsmiddelen die je bij de wortels in de potgrond steekt en die voeding afgeven als de plant erom vraagt. Ook die middelen heeft GroenRijk voor je. Makkelijk, dan hoef je alleen nog maar te gieten. Hoewel kentiapalmen lage luchtvochtigheden goed verdragen, is juist zo’n pot met onderschotel wel prettig voor ze, omdat daarop regelmatig wat water staat dat dan vlakbij de plant verdampt en zo de luchtvochtigheid rond de palm wat verhoogt.

 

Een prima luchtzuiveraar

Samen met o.a. de goudpalm (Dypsis lutescens) en de stokpalm (Rhapis excelsa) is deze kentiapalm (Howea forsteriana) een van de beste luchtzuiveraars. De plant haalt met zijn ademhaling (via de bladeren) vervuilende deeltjes en gassen uit de lucht en gebruikt die stoffen voor zijn groei. Per dag gaan er heel wat liters lucht door de bladeren heen: vuil erin en zuiver (met zuurstof) eruit. De kentiapalm is dus niet alleen heel mooi, maar ook nog eens heel goed voor je gezondheid.

 

Tropische uitstraling

Bijna alle palmen groeien uitsluitend in de tropen en subtropen.  De palmsoorten die bij ons vooral als kamerplanten binnenshuis worden toegepast, zijn niet de echte, hoge, boomvormige stamvormers die iedereen wel kent. Het zijn vooral soorten die onvertakt laag en struikvormig groeien of waarbij aan lage stammen hele bossen bladstelen ontspringen. Kentiapalmen behoren tot die laatste groep. Overigens zijn er meer dan 3400 soorten palmen bekend. Alle palmen hebben één ding gemeen: hun stammen of stammetjes hebben maar één groeipunt: de eindknop. Als die wordt beschadigd of verwijderd, sterft zo’n stam af. Daarom mag je als je dat nodig vindt, wel enkele bladeren verwijderen, maar je moet nooit de stammen gaan snoeien.

 

TIP

Kentiapalmen kunnen uiteraard bloeien en dus ook vruchten dragen, maar bij de potplanten komt dat zelden of nooit voor. Beschouw deze palmen dus maar als echte design- en elegante bladplanten. Je haalt er een vakantiesfeer mee in huis. Ook zonder te bloeien zijn ze fantastisch.

 

In kort bestek

GroenRijk heeft nu prachtige, elegante, tropische kentiapalmen (Howea forsteriana) van hoge kwaliteit in de aanbieding (potdoorsnee 19 cm; hoogte 95 cm). Deze palmen verdragen veel schaduw, maar ze mogen ook in de volle zon staan. Ze zijn heel makkelijk te verzorgen, kunnen heel oud worden en zuiveren de lucht in je living of op je werkplek. Zomer en winter groen. Ze mogen ’s zomers ook buiten staan. Ideale, sterke designplanten in elk type interieur.

 

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Viewing all 631 articles
Browse latest View live


<script src="https://jsc.adskeeper.com/r/s/rssing.com.1596347.js" async> </script>